Onderzoek van het AD en EenVandaag, gebaseerd op gesprekken met ongeveer tien huidige en voormalige medewerkers en interne documenten, schetst een zorgwekkend beeld bij de handhavingsafdeling van het UWV. Uit een interne analyse uit eind 2025 blijkt dat cliënten met een niet-Nederlandse achternaam of migratieachtergrond niet alleen vaker werden gecontroleerd bij fraudeonderzoeken, maar ook aanmerkelijk hogere boetes opgelegd kregen.
Regionale cijfers onderstrepen deze uitkomsten. In de regio's Alkmaar, Amsterdam en Utrecht had 44 procent van de onderzochte personen een migratieachtergrond, terwijl zij samen 74 procent van alle boetes ontvingen.
In de regio rondom Eindhoven besloeg deze groep 36 procent van de onderzochte dossiers, maar ontving zij 71 procent van de boetes. Door de hogere boetebedragen nam deze groep daar 98 procent van de totale boetesom voor haar rekening binnen een steekproef van 1682 dossiers.
Daarnaast bevatte een werkinstructie voor fraudecontroles tot 2019/2020 het criterium 'land van herkomst', wat kan leiden tot verboden etnisch profileren. Door administratieve onzorgvuldigheid bleef deze passage tot 2025 deels zichtbaar in de documentatie voordat deze definitief werd verwijderd.
Zorgwekkende situaties op de werkvloer
Naast de cijfermatige verschillen melden betrokkenen ernstige misstanden op de werkvloer zelf. Binnen de afdeling werd naar verluidt neerbuigend gesproken over collega's en cliënten van buitenlandse afkomst door hen aan te duiden als de "Arabische Liga". Ook worden racistische uitspraken van leidinggevenden geciteerd en werd er gesproken over projectnamen zoals de "aanpak malafide Turken".
Voormalige medewerkers geven aan dat er sprake was van discriminatie tijdens sollicitatieprocedures, waarbij gekwalificeerde kandidaten vanwege hun afkomst werden afgewezen. Deze toxische werkomgeving zou voor meerdere medewerkers van kleur de directe aanleiding zijn geweest om bij de uitkeringsinstantie te vertrekken. Signalen over deze situaties werden volgens betrokkenen niet altijd voldoende of serieus opgepakt door de organisatie.
Reacties van het UWV en het ministerie
Abdeluheb Choho, voorzitter van de raad van bestuur van het UWV, noemt de discriminerende uitspraken verwerpelijk en biedt excuses aan aan iedereen die hiermee te maken heeft gehad. Het UWV benadrukt echter dat het interne onderzoek een analyse van één medewerker betreft en niet wetenschappelijk van aard is, waardoor er volgens de instantie geen harde conclusies over structurele discriminatie aan verbonden kunnen worden.
Omheldering te krijgen over de situatie laat het UWV een breed extern onderzoek uitvoeren naar gelijke gevalsbehandeling binnen de handhavingstaken. De resultaten hiervan worden aan het einde van het jaar verwacht. UWV benadrukt dat integriteitsmeldingen zorgvuldig en onafhankelijk worden behandeld via Bureau Integriteit en roept iedereen op om misstanden te melden.
Ook minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gereageerd. Hij stelt pas recent op de hoogte te zijn gesteld van de inhoud van de interne data en eist dat de kwestie tot op de bodem wordt uitgezocht, benadrukkend dat elke vorm van discriminatie volstrekt onaanvaardbaar is.























