De aanhoudende droogte van de afgelopen tijd leidt tot toenemende problemen met funderingen in Nederland. Uit berekeningen van kennisinstituut Deltares en TNO blijkt dat circa 425.000 gebouwen reeds te maken hebben met verzakkingsschade of binnen tien jaar risico lopen.
Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) verwacht dat dit aantal door klimaatverandering over dertig jaar kan oplopen tot ongeveer 687.000 panden. Op dit moment hebben zo'n 120.000 woningeigenaren te maken met zulke ernstige schade — waaronder scheuren in muren, vochtoverlast, scheefstand of klemmende ramen en deuren — dat herstel noodzakelijk is.
De oorzaak van de problematiek ligt in het veranderende klimaat, waarin langdurige droogte en hevige regenbuien elkaar afwisselen. Op kleigronden krimpt de bodem bij uitdroging, wat bij ondiepe funderingen doortrekt tot onder het huis.
In laaggelegen gebieden met slappe ondergronden, waar woningen tot 1970 veelal op houten palen zijn gebouwd, zakken de grondwaterstanden. Wanneer deze palen droog komen te staan, treedt paalrot op, wat de stabiliteit van de constructie aantast. Bij woningen op een slappe ondergrond kan zakking bovendien leiden tot langdurige vochtproblemen, schimmel of overlast bij hevige regen.
Miljardenrekening en financiële onzekerheid
De financiële impact op huiseigenaren is aanzienlijk. Funderingsexperts schatten dat de herstelkosten per woning variëren van meer dan 10.000 euro tot wel 100.000 euro. Volgens de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bedraagt de totale herstelopgave voor alle aangetaste woningen ruim 11 miljard euro.
Een groot deel van de gedupeerde eigenaren kan dit niet zelf opbrengen: circa 75.000 huishoudens komen samen 6 miljard euro tekort en kunnen dit niet financieren door bijvoorbeeld hun hypotheek te verhogen. Voor ongeveer 25.000 van hen is ook een reguliere lening geen verantwoorde optie, terwijl vertraging de schadekosten alleen maar verder doet oplopen.
Belangenorganisaties zoals Vereniging Eigen Huis benadrukken dat huiseigenaren geen invloed hebben op de oorzaken en zich er bovendien niet tegen kunnen verzekeren. Huurders blijven op hun beurt afhankelijk van verhuurders of woningcorporaties.
Hoewel het ministerie van Binnenlandse Zaken de Nationale Aanpak Funderingen heeft gepresenteerd (met 56 miljoen euro tot eind 2028) en er sinds vorig jaar een Fonds Duurzaam Funderingsherstel bestaat, noemen het KCAF en de AFM dit ontoereikend.
Zij pleiten voor structurele financiële middelen en roepen ook hypotheekaanbieders, de Nederlandse Vereniging van Banken, de Nationale Hypotheek Garantie en de politiek op om actie te ondernemen.
Noodzaak van preventie en transparantie
Ondanks de omvang van de problematiek grijpen jaarlijks slechts zo'n duizend woningeigenaren in. Veel mensen zijn zich onvoldoende bewust van het risico, terwijl een fundering net als een dak een beperkte levensduur heeft.
Bij rijtjeswoningen wordt herstel extra bemoeilijkt doordat alle huiseigenaren in een blok moeten samenwerken en meebetalen, wat geregeld tot juridische conflicten tussen kopers en verkopers leidt.
Om de transparantie op de woningmarkt te vergroten, bevat een taxatierapport bij verkoop tegenwoordig een funderingsscore of -indicatie. Omdat deze indicatie meestal gebaseerd is op de locatie van de woning, blijft de daadwerkelijke staat van de fundering vaak onbekend.
Deltares en TNO werken daarom aan een landelijk risicomodel, terwijl het KCAF pleit voor een gedetailleerd woningpaspoort. Volgens het KCAF kan 30 procent van de bedreigde woningen worden gered met preventieve maatregelen.
Experts wijzen hierbij op oplossingen zoals aangepast grondwaterbeheer, vochtbarrières, het afdekken van kleigrond, druppelirrigatie rondom het huis en dieper funderen bij nieuwbouw. Tijdige informatie en vroegtijdig sparen zijn volgens hen essentieel om grotere schade te voorkomen.























