Eind 2024 nam een hooggeplaatste leider van de Sudanese paramilitaire organisatie Rapid Support Forces (RSF) onder een valse naam deel aan een vredesconferentie in Den Haag. Het evenement vond plaats in een gebouw van het International Institute of Social Studies, onderdeel van de Erasmus Universiteit.
Pas tijdens de bijeenkomst ontdekte de organisatie de werkelijke identiteit van de man, die op dat moment al onder Amerikaanse sancties viel. Zijn aanwezigheid veroorzaakte grote onrust binnen de Sudanese gemeenschap in Nederland en het beeldmateriaal werd achteraf gebruikt als propagandamateriaal.
Sleutelspeler
De bewuste paramilitair, Algoney Dagalo, is de jongere broer van RSF-hoofdleider Hemedti en geldt als een cruciale speler binnen de organisatie, waar hij onder meer verantwoordelijk is voor de wapeninkoop.
De RSF is al ruim drie jaar verwikkeld in een strijd met het Sudanese regeringsleger, waarbij beide kampen beschuldigd worden van oorlogsmisdaden en het geweld van de RSF volgens de Verenigde Naties kenmerken van genocide vertoont.
Anette Hoffmann van het Clingendael Instituut noemt de ongemerkte komst van Dagalo een ernstige fout die een ongewenst propagandaplatform bood. Beeldmateriaal van het bezoek dook op in een veelbekeken TikTok-video en boven een lofredenerend Sudanees artikel.
'Ahmed Musa'
Dagalo stond ten tijde van het bezoek al op de Amerikaanse sanctielijst vanwege zijn rol bij het aanschaffen van wapens die zijn ingezet voor misdrijven tegen burgers. Organisator The Hague Peace Projects liet weten dat hij deelnam onder de schuilnaam 'Ahmed Musa', die was doorgegeven door partnerstichting Phanaar. Deze Haagse stichting bleek onbereikbaar voor commentaar.
The Hague Peace Projects betuigde spijt en lichtte toe dat Dagalo via Genève reisde en over een geldig visum beschikte. Ruard Ganzevoort, rector van het International Institute of Social Studies, gaf aan dat de situatie zwaar weegt op het instituut. Hij benadrukte dat de universiteit geen podium wil bieden aan strijdende partijen die verdekt opereren voor propaganda.
Informatie niet gedeeld
Rector Ganzevoort werd op de dag van de conferentie geïnformeerd en stelde een verklaring op voor de Sudanese gemeenschap, waarin hij aangaf dat Dagalo niet welkom zou zijn geweest als zijn identiteit vooraf bekend was.
Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken werd op dezelfde dag op de hoogte gebracht van Dagalo’s aanwezigheid. Het ministerie deelde deze informatie echter niet met de politie of justitie, hoewel vervolging voor eventuele medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in theorie mogelijk was geweest.
Inreisverbod
Het ministerie van Buitenlandse Zaken toelichtte dat Dagalo over een geldig driejarig multi-entry visum beschikte, waardoor hij zich vrij binnen de Schengenzone kon verplaatsen.
Omdat er destijds geen formeel arrestatiebevel of inreisverbod tegen hem gold, zag het ministerie geen juridische aanleiding om rechtshandhavers in te schakelen. Inmiddels is Dagalo ook door de Europese Unie op een sanctielijst geplaatst, waardoor er nu wel een officieel inreisverbod voor hem geldt.























