POLITIEK
3 min lezen
Frankrijk en Duitsland willen nieuw EU-handelswapen tegen marktverstoringen
Om de Europese industrie te beschermen tegen oneerlijke concurrentie willen Parijs en Berlijn trage procedures omzeilen. Bij handelsagressie moet Brussel voortaan binnen enkele dagen de toegang tot de interne markt volledig kunnen blokkeren.
Frankrijk en Duitsland willen nieuw EU-handelswapen tegen marktverstoringen
Volgens Macron en Merz volstaat het huidige Europese instrumentarium niet meer om de economische basis van het blok te beschermen.

Frankrijk en Duitsland vragen de Europese Unie om een nieuw, juridisch snelle-interventie-instrument te ontwikkelen. Hiermee moet de Europese Commissie sneller en daadkrachtiger kunnen optreden tegen handelsoorlogen en oneerlijke concurrentie door derde landen. 

In een gezamenlijke brief en position paper aan Commissievoorzitter Ursula von der Leyen benadrukken de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz dat het huidige Europese instrumentarium niet meer volstaat om de economische basis van het blok te beschermen.

Snelle interventie bij oneerlijke marktverstoring

Het voorgestelde mechanisme moet de Europese Commissie in staat stellen om binnen enkele dagen te reageren wanneer een buitenlandse mogendheid het gelijke speelveld verstoort. Dit kan gaan om staatssteun, dumpingprijzen, valuta-manipulatie of het stopzetten van de levering van kritieke grondstoffen. 

De beoogde maatregelen zijn ingrijpend: de Commissie zou doortastend moeten kunnen ingrijpen, tot en met het onmiddellijk en volledig ontzeggen van de toegang tot de Europese interne markt. Met dit instrument wil de EU maatregelen kunnen nemen die vergelijkbaar zijn met de Amerikaanse "Section 301"-heffingen of de exportbeperkingen die door andere grootmachten worden ingezet.

Snelheid via omgekeerde besluitvorming

Om daadkracht te garanderen, stellen Macron en Merz een flexibelere besluitvormingsprocedure voor via comitologie. Maatregelen van de Commissie zouden automatisch in werking treden, tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de EU-lidstaten zich er expliciet tegen uitspreekt. 

Dit vormt een belangrijk verschil met het bestaande Anti-Coercion Instrument (de zogenoemde handelsbazooka). Dat instrument vergt maanden van onderzoek en vereist voorafgaande goedkeuring door een gekwalificeerde meerderheid, wat slagvaardig optreden in het verleden heeft bemoeilijkt. De Duitse omslag naar een agressievere handelshouding geldt hierbij als een belangrijk keerpunt binnen de EU.

Focus op China en vermindering van afhankelijkheid

Hoewel het voorgestelde instrument landenneutraal is geformuleerd, is het initiatief voornamelijk ingegeven door de handelspanningen met China. Het Europese handelstekort in goederen met China liep afgelopen jaar op tot circa 360 miljard euro, wat neerkomt op ongeveer één miljard euro per dag. 

Europese sectoren zoals de auto-industrie (inclusief hybride voertuigen), chemie, de farmaceutische industrie, staal, batterijen en halfgeleiders ervaren een zware industriële schok door overcapaciteit en lage prijzen uit China. Naast het beschermingswapen pleiten Parijs en Berlijn voor een diversificatie-instrument dat de afhankelijkheid van enkele leveranciers en de concentratie in de toeleveringsketen moet verminderen.

Voorbereiding op vergelding en sectorbrede defensie

De Franse en Duitse leiders benadrukken dat de EU rekening moet houden met mogelijke tegenmaatregelen en vergelding door handelspartners. Om de politieke eenheid binnen de Unie te bewaren, vragen zij om een inventarisatie van mogelijke vergeldingsacties en een analyse van de impact daarvan per lidstaat. Daarnaast moet de Commissie meer op eigen initiatief onderzoeken starten en middelen herverdelen om niet alleen losse goederen, maar hele waardeketens te beschermen.

De voorstellen komen op een cruciaal moment: EU-handelscommissaris Maros Sefcovic reist deze week naar Peking voor besprekingen over de verstoorde handelsbetrekkingen. De bevindingen van Sefcovic en de Frans-Duitse initiatieven zullen volgende week formeel door de 27 regeringsleiders worden besproken tijdens een Europese top in Brussel.