Staatssecretaris Silvio Erkens (Landbouw en Dierenwelzijn, VVD) heeft zich uitgesproken voor een verbod op het onverdoofd slachten van dieren. Rond Werelddierendag liet hij in interviews met RTL Nieuws en het televisieprogramma WNL op Zondag weten dat de praktijk in zijn ogen moeilijk past binnen het kabinetsbeleid om het dierenwelzijn in Nederland te verbeteren.
De bewindsman reageert daarmee op een initiatiefwetsvoorstel van de Partij voor de Dieren (PvdD), dat deze maand naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Erkens geeft aan daar met een open vizier naar te willen kijken en vindt dat het taboe van het onderwerp afgehaald moet worden.
Complexe afweging en de religieuze praktijk
De politieke en maatschappelijke discussie over de onverdoofde rituele slacht speelt al bijna vijftien jaar. Volgens bepaalde islamitische en joodse religieuze voorschriften is het strikt noodzakelijk dat dieren onverdoofd worden geslacht.
Om het dierenleed binnen het huidige wettelijke kader te beperken, geldt in Nederlandse slachthuizen een specifiek protocol: een gecertificeerde 'voorsnijder' brengt met een vlijmscherp mes een snede aan in de hals.
Indien het dier niet binnen veertig seconden is gestorven, verplicht de regelgeving dat het alsnog wordt bedwelmd. Staatssecretaris Erkens noemt deze wachttijd van veertig seconden echter een te lange periode van dierenleed.
Het verplicht stellen van voorafgaande bedwelming raakt evenwel aan de kern van religieuze tradities. Op dit moment vindt ongeveer de helft van de rituele slachtingen in Nederland al plaats met een vorm van tijdelijke verdoving.
Deze methode is voor een deel van de religieuze gemeenschappen acceptabel omdat het dier op het moment van de snede nog leeft. Voor andere geledingen en geloofsovertuigingen blijft voorafgaande bedwelming echter problematisch, omdat het niet voldoet aan de eisen voor een geldige rituele slachting.
Kamerlid Esther Ouwehand (PvdD), opsteller van het wetsvoorstel, benadrukt dat het debat zorgvuldig gevoerd moet worden, aangezien een verbod een grote impact heeft op de joodse en islamitische geloofsgemeenschappen. Ze wijst erop dat bij de totstandkoming van de wet niet alleen is gekeken naar de religieuze slacht, maar ook naar de reguliere slacht.
Juridische voorgeschiedenis en Europees oordeel
Het is niet de eerste keer dat de Partij voor de Dieren probeert de wet aan te passen. Een eerder initiatiefwetsvoorstel uit 2011 werd door de Eerste Kamer verworpen, omdat een meerderheid van de senatoren van oordeel was dat een verbod een onaanvaardbare inbreuk vormde op de vrijheid van godsdienst.
De PvdD heeft het wetsvoorstel vervolgens aangepast, waarna de Raad van State er positief over adviseerde. Ook op Europees niveau is het juridische kader veranderd: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2024 – naar aanleiding van een zaak die door Belgische moslimorganisaties en burgers was aangespannen tegen een Belgisch verbod – dat een verbod op onverdoofd slachten niet in strijd is met de vrijheid van godsdienst of het discriminatieverbod. Staatssecretaris Erkens onderstreept dat een eventuele Nederlandse wet eveneens juridisch volkomen houdbaar moet zijn.
Maatschappelijke reacties en cijfers
Het voornemen om onverdoofd slachten te beëindigen krijgt steun van de Dierenbescherming. Directeur Ellen Bien stelt dat elk dier recht heeft op een zo stress- en pijnloos mogelijke dood en pleit voor een principe zonder uitzonderingen.
Volgens onderzoek in opdracht van de Dierenbescherming en de Dierencoalitie was vorig jaar 80 procent van de Nederlanders van mening dat er een einde moet komen aan de onverdoofde rituele slacht.
Hoewel Erkens niet zelf met wetgeving komt, staat de staatssecretaris positief tegenover de initiatiefwet van de PvdD. Het parlementaire debat zal moeten uitwijzen hoe de balans definitief wordt doorslaggevend tussen het verbeteren van dierenwelzijn en het waarborgen van de godsdienstvrijheid voor geloofsgemeenschappen.






















