CULTUUR
4 min lezen
Belgische PISA-resultaten blijven dalen: aanhoudende zorgen over basisvaardigheden
De nieuwste PISA-resultaten tonen een zorgwekkende daling in de basisvaardigheden van Belgische 15-jarigen. Zowel in Vlaanderen als in de Franstalige gemeenschap gaan de scores voor lezen, wiskunde en wetenschappen verder achteruit.
Belgische PISA-resultaten blijven dalen: aanhoudende zorgen over basisvaardigheden
ARCHIEFFOTO - Onderzoekers wijzen op een breder maatschappelijk probleem als een van de hoofdoorzaken van de dalende resultaten.

De nieuwste resultaten van het driejaarlijkse PISA-onderzoek tonen aan dat de prestaties van vijftienjarige leerlingen op het gebied van wiskunde, wetenschappen en begrijpend lezen blijven achteruitgaan. Waar het Vlaamse onderwijs zo'n twintig jaar geleden nog internationaal aan de top stond, groeit de groep jongeren die de basisnormen niet haalt gestaag, terwijl het aantal topperformers krimpt.

Inmiddels haalt bijna 30 procent (29,4 procent) van de Vlaamse leerlingen het basisniveau voor begrijpend lezen niet meer. Vlaanderen staat daarmee op de 22ste plaats van de 91 deelnemende landen en regio's, vlak achter Tsjechië en Oostenrijk. Ook voor wiskunde haalt een kwart van de leerlingen (25,6 procent) het basisniveau niet, een neerwaartse spiraal die sinds 2013 is versneld.

Bij wetenschappen is de daling minder uitgesproken (22,6 procent haalt het basisniveau niet) en lijkt de achteruitgang geleidelijk af te remmen. Onderwijsminister Zuhal Demir waarschuwt dat een snelle kentering er de komende drie jaar mogelijk nog niet in zit en kondigt aanvullend onderzoek aan, onder meer naar de verschillen tussen jongens en meisjes, waarbij jongens over het algemeen slechter scoren.

Verschillen tussen de gemeenschappen en de sociaal-economische kloof

Hoewel Vlaanderen zich nog in de top twintig van de ranglijst handhaaft, scoort de Franstalige gemeenschap aanzienlijk lager en bevindt zij zich rond het OESO-gemiddelde, ongeveer tien plaatsen onder Vlaanderen.

Ook in het Franstalige onderwijs is de afgelopen vijftien jaar sprake van prestatieverlies, al is de sociale ongelijkheid daar in het huidige onderzoek wel afgenomen. Dit onderwijssysteem gold lang als een van de meest ongelijke ter wereld. Onderzoekers verklaren de lagere resultaten deels door een minder gunstige sociaal-economische context en een hoger aandeel leerlingen met een migratieachtergrond: bijna 22 procent van de leerlingen spreekt thuis een andere taal.

Ook het zittenblijven komt er nog steeds vaker voor dan gemiddeld; 35 procent van de ondervraagde Franstalige leerlingen heeft minstens één jaar overgezeten. Tegelijkertijd laat het onderzoek in Vlaanderen een hardnekkige sociaal-economische kloof zien: ongeveer één op de drie kwetsbare leerlingen presteert ondermaats, tegenover slechts één op de tien leerlingen uit een bevoorrechte achtergrond.

Erosie van leesvaardigheid en de veranderde leefwereld

Onderzoekers wijzen op een breder maatschappelijk probleem als een van de hoofdoorzaken van de dalende resultaten. Volgens professor Onderwijskunde Johan van Braak lezen jongeren steeds minder lange teksten en verschuift hun aandacht naar online content en oppervlakkig scannen.

Omdat de PISA-testen voor wiskunde en wetenschappen sterk leunen op probleemsturende tekstvragen, heeft de achteruitgang in begrijpend lezen een rechtstreekse impact op de resultaten voor de andere vakken. Onderwijzers uit de praktijk bevestigen deze evolutie.

Wiskundeleerkracht Davy Buntinx merkt op dat de woordenschat en de algemene leefwereld van leerlingen drastisch zijn veranderd vergeleken met vijftien jaar geleden. Begrippen zoals 'petanque' of 'oever' moeten in wiskundige vraagstukken tegenwoordig eerst worden uitgelegd. Het ontbreken van een gedeelde cultuur en de invloed van individuele smartphone-algoritmes spelen hierin een duidelijke rol.

De impact van hervormingen en de blik uit het klaslokaal

Naast maatschappelijke factoren zien leerkrachten ook duidelijke oorzaken binnen de onderwijsinrichting zelf. In de vernieuwde leerplannen ligt de nadruk sterk op het begrijpen van concepten, waardoor het automatiseren en toepassen van vaardigheden — zoals het daadwerkelijk rekenen met breuken of het toepassen van de stelling van Pythagoras — moeizamer verloopt.

Daarnaast zorgt de invoering van de brede eerste graad voor een grote niveauverschil binnen dezelfde klas. Leerkrachten Carl en Ellen geven aan dat het samenbrengen van zeer sterke en theoretisch zwakkere leerlingen in één groep ertoe leidt dat het tempo wordt bepaald door de traagste leerling.

Hierdoor worden sterke leerlingen te weinig uitgedaagd en verliezen zij hun motivatie, wat de krimp van het aantal uitblinkers verklaart. Leerlingen zelf wijzen daarnaast op het heersende lerarentekort en het vele gebruik van Engels op sociale media.

Praktijkgerichte oplossingen voor de toekomst

Om het onderwijsniveau te herstellen, reiken leerkrachten verschillende concrete maatregelen aan. Kleinschaligere klassen zijn volgens hen essentieel om op maat van individuele noden en talenten te kunnen werken. Ook initiatieven zoals een wekelijks herhalings- of flexuur op school laten positieve resultaten zien.

Tot slot benadrukken leerkrachten de noodzaak van een hechte samenwerking met de ouders om jongeren ook thuis te ondersteunen bij hun tijdsplanning en studiegewoonten, zodat de motivatie om bij te leren behouden blijft.