Uit een interne evaluatie van de Belgische marine, die door VRT NWS werd ingezien, blijkt dat het Italiaanse FREMM EVO-fregat de uitgesproken voorkeur geniet als nieuw gevechtsschip voor de Belgische vloot. De beoogde aanschaf van drie fregatten bij de Italiaanse scheepsbouwer Fincantieri blijft binnen het voorziene budget van 3,2 miljard euro en Italië kan de schepen al vanaf 2030 leveren.
Daarmee lijkt de gezamenlijke aanschaf van gevechtsschepen door België en Nederland definitief op losse schroeven te staan. Het Nederlands-Belgische samenwerkingsproject kampt met aanzienlijke vertragingen en sterk opgelopen kosten, waardoor België nu in allerijl zoekt naar een manier om het miljardencontract beleefd te beëindigen.
Problemen en vertragingen in het Nederlands-Belgische project
In 2018 besloten België en Nederland gezamenlijk vier fregatten te kopen, een aantal dat later werd verhoogd naar zes. Nederland nam de leiding in het project en kende het ontwerp en de bouw toe aan de Nederlandse scheepsbouwer Damen.
De levering van de schepen stond oorspronkelijk gepland voor 2027, maar vandaag de dag is er nog steeds geen definitief detailontwerp. Wel werken Damen en de Nederlandse Defensie momenteel aan dit detailontwerp en is eind juni 2026 gestart met de bouw van de mast van het eerste fregat.
Voor België is de situatie dringend: de twee huidige Belgische fregatten zijn stokoud en binnen enkele jaren niet meer inzetbaar. Nederland kan vooralsnog geen enkele leveringstermijn garanderen, terwijl de geraamde kostprijs per schip bijna is verdubbeld van 600 miljoen euro naar 1 miljard euro.
Een hoge Belgische regeringsbron meldt dat de vraag niet zozeer is of België het Nederlandse verhaal nog gelooft, maar vooral hoe het land beleefd van het miljardencontract af raakt. Een vertrek van België zou opnieuw een zware slag betekenen voor Damen, nadat eerder dit jaar ook Duitsland de samenwerking met de Nederlandse werf stopzette.
Nieuwe marktbevraging: Snelle levering als absolute prioriteit
Om te voorkomen dat de marine stilvalt en het opleiden van jongeren stagneert, stuurde de Belgische minister van Defensie Theo Francken midden juli 2026 een officiële marktbevraging uit. België stelt hierbij drie doorslaggevende voorwaarden. De belangrijkste prioriteit is dat de schepen in 2029-2030 geleverd kunnen worden.
Daarnaast moeten de fregatten beschikken over adequate capaciteiten en groeipotentieel; zo moeten ze effectief op onderzeeërs kunnen jagen met een geavanceerde gesleepte sonar, torpedo’s kunnen afvuren, een NH-90 helikopter huisvesten en toekomstige onbemande systemen kunnen integreren. Tot slot moet het project binnen het reeds voorziene budget van 3,2 miljard euro blijven.
In totaal onderzocht de marine elf mogelijke kandidaten. De marktbevraging leverde vijf reacties op, waarvan er drie zijn weerhouden: een Italiaans, een Frans en een Spaans fregat.
Italië als uitgesproken favoriet: FREMM EVO van Fincantieri
Het Italiaanse FREMM EVO-fregat van Fincantieri komt als de uitgesproken winnaar uit de interne evaluatie. Met een waterverplaatsing van circa 6700 ton is het het grootste schip van de overgebleven kandidaten. Het biedt als enige twee hangars — één voor een NH-90 helikopter en één voor bijvoorbeeld onbemande waterdrones — wat volgens een Belgische marine-officier het grootste groeipotentieel biedt voor toekomstige uitbreidingen.
Het schip richt zich primair op onderzeebootbestrijding, heeft 32 raketcellen voor onder meer luchtafweer, is uitgerust met sensoren en radars van de Italiaanse defensiegroep Leonardo en beschikt over gelaagde verdediging tegen drones.
Italië zegt het eerste schip in 2030 te kunnen leveren en daarna elke zes maanden een volgend exemplaar. Om deze termijnen te garanderen, investeert Fincantieri honderden miljoenen euro's in een Italiaanse scheepswerf. Bovendien zorgt de bestelling van drie FREMM EVO-fregatten door Portugal, naast twee voor Italië zelf, voor Europese schaalgrootte die de kosten kan drukken.
Ook de politieke klik tussen de Belgische premier Bart De Wever (N-VA) en de Italiaanse premier Giorgia Meloni helpt het dossier; zij bespraken de geplande miljardenaankoop begin september in Rome. Intussen onderzoekt de Italiaanse ambassade in België hoe de Belgische industrie betrokken kan worden bij het langdurige onderhoud van de schepen.
Franse en Spaanse alternatieven
Naast Italië zijn ook de voorstellen van Frankrijk en Spanje geanalyseerd, al kleven daar voor België duidelijke nadelen aan.
Frankrijk biedt met de FDI (Frégate de Défense et d'Intervention) van Naval Group een sterk gedigitaliseerd schip van 4500 ton aan met een opvallende omgekeerde boeg (axe-bow) en Thales-sensoren. Het voldoet aan bijna 95 procent van de eisen en blijft binnen het budget, waarbij de nieuwste versie over 32 lanceerbuizen beschikt.
Naval Group kan echter geen geloofwaardige snelle levertermijn bieden vanwege een vol orderboek met bestellingen voor Frankrijk (5), Griekenland (4) en Zweden (4). Daarnaast merkte minister Francken eerder op dat de Franse defensie-industrie weinig oog heeft voor Belgische bedrijven.
Spanje heeft de F110 van Navantia voorgesteld, een schip van 6100 ton met een sterke focus op luchtafweer en uitgerust met onder meer een Amerikaanse SPY-7 radar. Het schip scoort echter zwakker op onderzeebootbestrijding, wat met het oog op de dreiging van Russische onderzeeërs in de Noordzee een cruciale voorwaarde is. Bovendien is de levertermijn onduidelijk en is er nog geen enkel schip volledig operationeel, waardoor een bewezen staat van dienst ontbreekt.
Afgewezen opties en ontbrekende reacties
Een goedkoop Turks voorstel met kleine ISTIF-fregatten werd niet weerhouden. De marine zag hierin onvoldoende groeipotentieel, en een fundamenteler bezwaar betrof hun gebrek aan vertrouwen in de Turkse sensoren, chips en computersystemen. Ook zou het Turkse werven aan ervaring ontbreken met het bouwen van schepen voor ijzige wateren.
Groot-Brittannië reageerde niet op de marktbevraging; het Britse Type 26 is te groot en te duur voor de Belgische behoeften, terwijl het lichter bewapende Type 31 te klein is.
Toekomst van de samenwerking en mogelijke vervolgstappen
Het waarschijnlijke opzeggen van het contract zet de samenwerking met Nederland onder druk. Binnen de marine wordt rekening gehouden met spanningen en moddergooien, waarbij een bron stelt dat Nederland de "dramaqueen dreigt uit te hangen". België heeft reeds meer dan 100 miljoen euro in het Nederlandse project geïnvesteerd en geleverde sensoren staan vanwege de opgelopen vertraging opgeslagen in een depot.
Hoewel scheepsbouwer Damen mogelijk nog probeert een fregat van de Sigma-klasse snel te verkopen, wordt dit door Belgische bronnen gezien als een wanhoopspoging die zou leiden tot een ongewenste gemengde vloot van twee verschillende schip types.
In de omgeving van premier De Wever wordt overwogen om via een 'bruggetje' te werken, waarbij Nederland de Italiaanse schepen voor België zou bestellen. Hiermee kan tijd worden gewonnen omdat een nieuwe Europese marktbevraging niet nodig is.
Vanuit het Nederlandse ministerie van Defensie is inhoudelijk niet gereageerd op de situatie. Staatssecretaris Derk Boswijk verwees naar een Kamerbrief waarin hij aangaf in gesprek te zijn met de Belgen en voor het einde van het jaar meer duidelijkheid te verwachten over de besluitvorming rond het project.






















