Het kabinet-Jetten heeft de begrotingsplannen voor het komende jaar gepresenteerd, maar stuit op scherpe kritiek van belangrijke adviesorganen over het doorschuiven van lasten en het uitstellen van keuzes.
Omdat de coalitie van D66, VVD en CDA in de Eerste en Tweede Kamer geen meerderheid heeft, is de begroting niet in beton gegoten en zoekt het minderheidskabinet naar brede steun in de politiek en de samenleving.
Kritiek van adviesorganen, staatsschuld en klimaatbeleid
De Raad van State, sinds 1 juli onder leiding van vicepresident Sybrand van Haersma Buma, concludeert dat de voorgenomen lastenverhogingen vrijwel volledig voor rekening van werkenden komen.
Van de 6 miljard euro aan lastenverzwaringen in 2027 komt 5,8 miljard euro op de schouders van werkenden te liggen, onder meer via een hogere inkomstenbelasting, terwijl de lasten voor bedrijven en vermogenden juist licht dalen. Het adviesorgaan waarschuwt dat deze verdeling onhoudbaar is door de toenemende vergrijzing en achterblijvende economische groei.
Bovendien stellen de gezamenlijke planbureaus (CPB, SCP en PBL) dat het kabinet weliswaar keuzes maakt voor de langere termijn, maar ook grote lasten doorschuift naar de toekomst. De Raad van State sluit zich hierbij aan en wijst erop dat de overheidsschuld per hoofd van de bevolking stijgt van circa 29.000 euro in 2025 naar ruim 40.000 euro in 2035, met een totale schuldquote die groeit van 45,6 procent in 2026 naar 48,9 procent in 2030.
Ook hekelt de Raad van State dat het klimaatbeleid wordt uitgesteld tot het voorjaar, wat het beeld wekt dat het kabinet zich neerlegt bij het missen van de klimaatdoelen voor 2030.
Ook op het gebied van productiviteit schieten de investeringen tekort: het aantal laagbetaalde banen is de afgelopen jaren drie keer zo hard gegroeid als het aantal overige banen. Mocht het kabinet met steun van de oppositie tot een nieuwe begroting komen, dan biedt de Raad van State voor het eerst actief aan met een aanvullend advies te komen.
Koopkracht, stijgende kosten en maatschappelijke verdeeldheid
Volgens de meest recente berekeningen van het Centraal Planbureau (CPB) gaat de koopkracht van het doorsnee huishouden volgend jaar met 0,1 procent achteruit. Dit is een lichte bijstelling ten opzichte van de augustusraming (-0,3 procent).
De effecten verschillen per groep: lage inkomens (+0,2 procent) en gepensioneerden (+0,3 procent) gaan er licht op vooruit, terwijl middeninkomens (-0,1 procent), hogere inkomens (-0,2 procent) en werkenden (-0,2 procent) inleveren. De voornaamste oorzaak hiervan ligt in de belastingverhogingen.
Het Nibud waarschuwt dat huishoudens de verhoging van de inkomstenbelasting in januari direct op de loonstrook zullen merken en uitte grote zorgen over financieel kwetsbare groepen vanaf 2028, wanneer uitgestelde bezuinigingen alsnog kunnen ingrijpen.
Hoewel het aantal mensen in armoede volgend jaar naar verwachting gelijk blijft (het CPB voorspelde eerder nog een stijging van 460.000 naar 470.000) en het aandeel kinderen in armoede met 0,1 procent afneemt, stijgen diverse uitgavenposten.
De maandelijkse zorgpremie stijgt indicatief met zo'n 10 euro naar 197 euro, het eigen risico gaat definitief omhoog van 385 naar 400 euro, de alcoholaccijnzen stijgen mee met de inflatie, het btw-tarief voor bloemen en planten gaat van 9 naar 21 procent en er komt een hogere belasting op leidingwater.
Het schrappen van de vrijheidsbijdrage levert weliswaar 1,5 miljard euro op voor een hogere arbeidskorting, maar een definitieve oplossing voor de Box 3-heffing moet nog binnen een half jaar worden gevonden.
De maatschappelijke reacties op de plannen zijn verdeeld. Ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland reageren positief op de plannen voor het versterken van het verdienvermogen. Vakbonden zoals FNV en CNV weigeren echter aan tafel te gaan zolang voorgenomen kortingen op de sociale zekerheid niet volledig van tafel zijn.
Politieke verhoudingen en de zoektocht naar brede akkoorden
Omdat het minderheidskabinet afhankelijk is van steun uit de Eerste en Tweede Kamer, benadrukken minister Heinen van Financiën en minister Vijlbrief dat polder- en parlementaire samenwerking noodzakelijk is.
Om de oppositie tegemoet te komen, zijn op voorhand al diverse maatregelen aangekondigd of aangepast. Zo is 1,7 miljard euro vrijgemaakt voor koopkrachtreparatie, zijn bezuinigingen op de AOW (2,8 miljard euro) en het maximum dagloon (824 miljoen euro) teruggedraaid en is het verkorten van de WW-duur uitgesteld (684 miljoen euro).
Daarnaast is 750 miljoen euro gereserveerd voor tijdelijke accijnskorting op brandstoffen, is de verhoging van het eigen risico uitgesteld, komt er gratis gordelroosvaccinatie voor meer ouderen, wordt 1,1 miljard euro extra uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking over drie jaar en gaat er bijna 4 miljard euro naar innovatiefondsen. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen zal blijken of het kabinet daadwerkelijk de nodige brede akkoorden kan sluiten.























