Andrius Kubilius, Europees commissaris voor Defensie en Ruimtevaart, heeft vrijdag opgeroepen tot een nieuw intergouvernementeel verdrag om een “echte Europese defensie-unie” tot stand te brengen. Hij stelde dat het huidige juridische kader van de Europese Unie ontoereikend is om het hoofd te bieden aan de veranderende veiligheidsuitdagingen.
Tijdens de 4e jaarlijkse conferentie van de Juridische Dienst van de Europese Commissie in Brussel zei Kubilius dat de voorgestelde defensie-unie verder moet reiken dan de EU-lidstaten en ook partners zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Oekraïne moet omvatten.
“Zijn het bestaande juridische landschap, de bestaande verdragen en de instellingen die op basis van die verdragen zijn opgebouwd – de bestaande besluitvormingsregels volgens de bestaande verdragen – eerder een hulp of een belemmering voor de Europese defensie?” vroeg Kubilius.
“Daarom dring ik aan op de oprichting van een nieuwe, echte Europese defensie-unie, die ook het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Oekraïne zou omvatten,” zei hij, waarbij hij benadrukte dat Europa in staat moet zijn “om als een verenigd Europa te vechten, niet alleen als een combinatie van 27 landen.”
Sneller vooruitgang
Kubilius stelde voor dat het nieuwe kader het model van het Schengenakkoord zou kunnen volgen, dat begon als een intergouvernementeel initiatief buiten de EU-verdragen om, voordat het in het rechtssysteem van de Unie werd geïntegreerd.
Hij stelde dat een dergelijke aanpak bereidwillige landen in staat zou stellen sneller vooruitgang te boeken, waarbij de beperkingen in de bestaande EU-verdragen – die defensie momenteel grotendeels onder nationale bevoegdheid laten vallen – worden omzeild.
Discussies binnen NAVO
Het voorstel van Kubilius komt te midden van een groeiend debat over de defensieautonomie van Europa, nu de VS een geleidelijke verschuiving van de focus naar andere regio's signaleert.
Hij wees op discussies binnen de NAVO over een overgang van een op de VS gericht naar een meer op Europa gericht defensiemodel, en benadrukte dat deze verschuiving een sterkere institutionele en juridische basis binnen Europa vereist.












