WERELD
3 min lezen
Nederlandse gasbergingen vullen zich gestaag, maar winterdoelen zijn nog ver weg
Nederland is bovendien niet de enige die achterloopt; ook buurland Duitsland kampt met vertragingen, terwijl België en het Verenigd Koninkrijk zelf nauwelijks opslagcapaciteit hebben en deels afhankelijk zijn van de Nederlandse reserves.
Nederlandse gasbergingen vullen zich gestaag, maar winterdoelen zijn nog ver weg
ARCHIEFFOTO

De Nederlandse gasbergingen zijn halverwege het vulseizoen voor ruim 31 tot 33 procent gevuld. Hoewel het vullen inmiddels gestaag verloopt en er volgens Gasunie op dit moment geen reden is om alarm te slaan, ligt het niveau nog ver onder de geadviseerde buffer voor de komende winter. Om de koude maanden veilig door te komen, adviseert Gasunie een vulgraad van ongeveer 80 procent (115 terawattuur).

Een moeilijke start vanaf nul

Het huidige vulpercentage ligt lager dan vorig jaar rond deze tijd, toen de bergingen halverwege juli al voor meer dan 40 procent gevuld waren. Dat de achterstand dit jaar groter is, heeft verschillende oorzaken.

Ten eerste moesten de cruciale bergingen in Norg en Grijpskerk na de vorige winter vrijwel leeg worden opgeleverd, omdat gasbedrijf GasTerra ophield te bestaan. Waar normaal gesproken een reserve van 20 tot 30 procent achterblijft, moest de markt dit voorjaar vanaf nul beginnen.

Daarnaast is de gasmarkt verstoord door geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in Iran en de onzekerheid rond de Straat van Hormuz. Waar marktpartijen in de zomer normaal gesproken goedkoop gas inkopen om dit in de winter met winst te verkopen, zijn de gasprijzen nu ook in de zomer hoog. Commerciële energiebedrijven wachten daarom af en kopen nauwelijks in, in de verwachting dat de prijzen later nog dalen. Hierdoor leunt het vullen momenteel zwaar op de overheid.

Overheid grijpt in via EBN

Om te voorkomen dat de bergingen leeg blijven, heeft het ministerie van Klimaat en Groene Groei staatsbedrijf Energie Beheer Nederland (EBN) opdracht gegeven om de bergingen te vullen. EBN moet zorgen voor een minimale voorraad van 80 TWh, wat neerkomt op een vulgraad van circa 56 procent. Volgens het ministerie is dit, samen met de verwachting dat commerciële partijen later in het seizoen (richting september) alsnog actief worden, voldoende voor een gemiddelde winter.

Deskundigen waarschuwen echter dat een gemiddelde winter niet de maatstaf moet zijn. Bij aanhoudende, strenge vorst stijgt de gasvraag exponentieel. Bovendien wekken zonnepanelen en windmolens in de winter op donkere, windstille dagen nauwelijks stroom op, waardoor gascentrales extra hard moeten draaien om aan de elektriciteitsvraag te voldoen.

Geen paniek, wel waakzaamheid

Ondanks de achterstand is er volgens experts en Gasunie geen reden tot paniek. De aanvoer van gas via internationale pijpleidingen en LNG-terminals is stabiel. Waar Gasunie begin juni nog aan de bel trok toen de vulgraad op slechts 19 procent stak, is de toon nu milder. "We zien op dit moment geen reden om bij de minister aan de bel te trekken", aldus Gasunie-woordvoerster Marie-Lou Gregoire. "Maar we zijn er nog lang niet en houden de vinger aan de pols."

Nederland is bovendien niet de enige die achterloopt; ook buurland Duitsland kampt met vertragingen, terwijl België en het Verenigd Koninkrijk zelf nauwelijks opslagcapaciteit hebben en deels afhankelijk zijn van de Nederlandse reserves. Mocht het vultempo de komende weken weer afnemen, dan sluit Gasunie niet uit alsnog opnieuw aan de bel te trekken.