Brussel is de afgelopen dagen opgeschrikt door een golf van schietincidenten. In een tijdsbestek van enkele dagen vonden er ten minste zes schietpartijen plaats, verspreid over de gemeenten Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek en Anderlecht.
De escalatie begon op de avond van 21 augustus, toen een politiebureau in Anderlecht werd beschoten met een lang wapen. Op 22 augustus raakte in Sint-Gillis een persoon gewond aan het been bij een incident dat volgens burgemeester Jean Spinette (PS) mogelijk aan de drugshandel gerelateerd is.
Op de ochtend van 24 augustus werd er opnieuw geschoten in Sint-Gillis, waarbij een kogel een raam raakte. In de daaropvolgende nacht van 24 op 25 augustus werd er voor de derde opeenvolgende dag geschoten in Sint-Gillis. Dit leidde tot één gewonde, de arrestatie van twee verdachten en de inbeslagname van oorlogswapens en steps. Diezelfde nacht viel er ook een gewonde aan het been bij een schietpartij in Molenbeek.
Burgemeester Jean Spinette van Sint-Gillis verklaarde de automatische wapens zelf te hebben gehoord op een moment dat er kinderen in de buurt aanwezig waren. Het geweld past binnen een bredere problematiek: in 2025 registreerde de politie 96 schietincidenten in de hoofdstad — merendeels gelinkt aan drugshandel — waarbij 8 doden vielen. Een deel van de cocaïne die via de haven van Antwerpen het land binnenkomt, bereikt de Brusselse distributienetwerken.
Minister Quintin ziet resultaat, maar oogst kritiek van oppositie
Federaal minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) noemt de schietincidenten "onaanvaardbaar", maar stelde in het radioprogramma De Ochtend op VRT Radio 1 dat het geweld juist aantoont dat de acties tegen drugscriminaliteit effect sorteren.
Volgens Quintin gaat het om een inspanning van lange adem en is er sprake van een "nationale noodsituatie". Hij benadrukte dat hij heeft gezorgd voor versterking bij de federale gerechtelijke politie in Brussel en bestreed dat de hoofdstad wordt benadeeld ten opzichte van Antwerpen.
Quintin riep op om te stoppen met naar elkaar te wijzen en stipte de verantwoordelijkheid van de lokale Brusselse politiek aan. Zo is er 1 miljoen euro uitgetrokken voor nieuwe bewakingscamera's in de zone Zuid, maar duurt de vervanging volgens de minister tot twee jaar vanwege problemen met bomen.
Quintin bracht later op de dag een bezoek aan het politiekantoor in Anderlecht en stelde zich beschikbaar voor de commissie Binnenlandse Zaken van de Kamer. Oppositiepartijen PS en Vlaams Belang vroegen om een bijeenkomst van deze commissie. Commissievoorzitter Ortwin Depoortere (Vlaams Belang) haalde scherp uit naar het beleid en vroeg zich af wat groter is: het aantal verdwaalde kogels of de gebroken beloftes van de regering.
Drie burgemeesters dringen aan op federaal actieplan
Na een twee uur durend overleg op het hoofdkantoor van de politiezone Brussel-Zuid tussen minister Quintin, korpschef Jurgen De Landsheer en de burgemeesters Jean Spinette (Sint-Gillis), Fabrice Cumps (Anderlecht) en Charles Spapens (Vorst), eisten de burgemeesters een federaal eylem- en actieplan.
Spinette herhaalde zijn eis voor 80 extra politiemensen en dezelfde middelen als Antwerpen. Hij stelde na afloop dat er nog geen concrete toezeggingen waren gedaan, ondanks het feit dat de vraag om extra federale capaciteit al meer dan drie jaar loopt.
Anderlecht-burgemeester Cumps benadrukte dat wanneer er met zware wapens in woonwijken wordt geschoten, de politie op dezelfde schaal gemobiliseerd moet worden als bij grote evenementen.
Burgemeester Spapens van Vorst wees erop dat de lokale politie al versterkt is met meer dan 100 extra personeelsleden en dat de lokale draagkracht haar grenzen heeft bereikt. Hij pleitte voor het versterken van de douane en federale veiligheidsdiensten, verwijzend naar de rol van de Antwerpse haven bij de invoer van verdovende middelen.
Criminologische analyse: is meer politie wel de oplossing?
Volgens criminoloog Jelle Janssens (UGent) is het louter uitbreiden van politiemensen en middelen niet de sleutel tot de oplossing. In De Wereld Vandaag op Radio 1 legde hij uit dat het vooral gaat om de manier waarop de beschikbare capaciteit wordt ingezet.
Een directe vergelijking tussen Brussel en Antwerpen noemt hij "appels met peren vergelijken". Met zes lokale politiezones (circa 6500 agenten) en de federale politie (600 tot 700 agenten) kampt Brussel volgens Janssens niet noodzakelijk met een kwantitatief tekort.
Janssens noemt de geplande fusie naar één enkele politiezone ('Politie Brussel' / 'Police de Bruxelles') per 1 januari 2028 — opgedeeld in 9 territoriale divisies — een goede stap om het beleid beter op elkaar af te stemmen en te voorkomen dat criminelen tussen zones hoppen. Wel blijft het veiligheidsbeleid versnipperd door de aanwezigheid van 19 burgemeesters, een gewestelijke minister-president en een hoge vertegenwoordiger.
Ten slotte prees Janssens de actie van burgemeester Spinette, die op videobeelden van de Franstalige omroep RTBF te zien was terwijl hij op straat rechtstreeks vermoedelijke dealers aansprak op hun gedrag.
Janssens en politievakbond NSPV benadrukken dat uitsluitend arresteren neerkomt op symptoombestrijding. Een duurzame oplossing vereist investeringen in de sociaaleconomische situatie van de hoofdstad, zoals armoedebestrijding, preventie en straathoekwerk.























