Uit het rapport blijkt dat het kabinet en het Openbaar Ministerie zich richten op andere aspecten dan de Rekenkamer, wat betreft schade en ernst. Van Weel zou naar verluidt veel nadruk leggen op cybercriminaliteit, terwijl het Openbaar Ministerie zich vaak concentreert op winkeldiefstal en drugsbezit — delicten die lager scoren op de index van de Rekenkamer.
Uit de onderzoeksgegevens blijkt dat het Openbaar Ministerie zich richtte op ongeveer 1.600 ernstige zaken — waaronder bijna 550 geweldsmisdrijven, 200 zedendelicten en 100 gevallen die verband hielden met ondermijnende activiteiten.
Tegelijkertijd weigerde de politie meer dan 7.000 aangiften van ernstige misdrijven tijdig in te dienen; in ongeveer 3.000 gevallen werd wel een onderzoek gestart, maar werd dit vervolgens stopgezet vanwege een gebrek aan personeel. Bij driekwart van de in behandeling zijnde aangiften ontbreekt een motivering.
Rekenkamer eist meer transparantie
Ook zijn er regionale verschillen; zo heeft de Rotterdamse eenheid meer dan 19% van de kritieke aangiften afgewezen, terwijl in Limburg personeelstekorten vaak een rol spelen.
Als gevolg van de druk op de recherche-eenheden worden ernstigere zaken toegewezen aan wijk- of basisteams, die – zoals leidinggevenden aangeven – niet over voldoende middelen beschikken om deze zaken af te handelen.
Bovendien eist de Rekenkamer meer transparantie met betrekking tot de besteding van het politiebudget van 8,1 miljard euro voor 2024.
















