De federale regering van België bevindt zich in een diepe politieke crisis nadat premier Bart De Wever (N-VA) zijn ontslag heeft aangeboden aan koning Filip. De stap volgt op het definitief vastlopen van het nachtelijke begrotingsoverleg binnen het kernkabinet, waar geen overeenstemming kon worden bereikt over een nieuw budgettair voorstel van de premier.
De regering, die op 3 februari 2025 werd gevormd na acht maanden van coalitieonderhandelingen en bestaat uit N-VA, MR, Les Engagés, Vooruit en CD&V, slaagde er niet in de onderlinge meningsverschillen te overbruggen.
Koning Filip heeft het voorgelegde ontslag voorlopig in beraad gehouden. Het koninklijk paleis benadrukte dat het land zich in de huidige context van geopolitieke onzekerheid en grote economische uitdagingen geen langdurige politieke crisis kan veroorloven.
De koning roept alle betrokken partijen op tot verantwoordelijkheidszin en maant hen aan om het algemeen belang en de bereidheid tot compromissen voorop te stellen.
Consultatieronde met partijvoorzitters en uiteenlopende standpunten
Om een uitweg uit de impasse te zoeken, voert koning Filip een reeks consultaties met de voorzitters van de meerderheidspartijen. De gesprekken vangen aan met Yvan Verougstraete (Les Engagés) en Sammy Mahdi (CD&V), gevolgd door Conner Rousseau (Vooruit) en Georges-Louis Bouchez (MR), en ten slotte Valerie Van Peel (N-VA). Op vrijdag wordt premier De Wever opnieuw op het paleis verwacht voor een audiëntie.
De standpunten binnen en buiten de coalitie blijven sterk verdeeld. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez verzette zich succesvol tegen een verhoging van de btw en stelt dat de overheidsuitgaven noodzakelijk omlaag moeten vanwege de lage economische groei en hoge inflatie.
Vicepremier Frank Vandenbroucke (Vooruit) benadrukt daarentegen dat de noodzakelijke begrotingsbesparing van 10 miljard euro rechtvaardig moet worden verdeeld. Volgens Vooruit mogen de lasten niet volledig bij de gewone burger terechtkomen en is een effectieve bijdrage van grote vermogens onmisbaar.
Ondertussen stelde oppositiepartij PS via voorzitter Paul Magnette dat zij een "stervende regering" niet te hulp zal schieten en dat verkiezingen de aangewezen weg zijn indien de coalitie faalt. Oppositiepartij Vlaams Belang noemt de situatie een persoonlijk politiek falen van De Wever.
Aan de andere kant gaf voorzitter Frédéric De Gucht van de liberale partij Anders aan dat zijn partij met 8 zetels bereid is Vooruit te vervangen in de regering, mits er gekozen wordt voor een rechts-economisch programma met een slankere overheid.
Werkgeversorganisaties zoals VBO, Voka, Unizo en NSZ roepen de partijen op om snel terug te keren naar de onderhandelingstafel, terwijl vakbonden zoals het ABVV en ACV aandringen op een eerlijke sanering zonder btw-verhoging of indexsprong.
Noodbegroting met voorlopige twaalfden lijkt onvermijdelijk
Als gevolg van de blokkade bereidt minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) een noodbegroting voor op basis van voorlopige twaalfden voor het komende jaar. Bij dit systeem mag de overheid maandelijks maximaal een twaalfde uitgeven van het budget van het voorgaande jaar.
Van Peteghem wijst erop dat de onderhandelende partijen op hun posities blijven steken en dat voorkomen moet worden dat de werkende middenklasse het slachtoffer wordt van een strijd tussen links en rechts.
De noodzaak om terug te vallen op voorlopige twaalfden geldt als een politieke streep door de rekening van premier De Wever, die deze optie een maand eerder nog uitdrukkelijk had uitgesloten.
Politicologen wijzen erop dat het werken met een noodbegroting noodzakelijke hervormingen en besparingen vertraagt, waardoor de overheidstekorten verder kunnen oplopen.
Ook vanuit de bedrijfswereld en de internationale media klinkt bezorgdheid over de financiële stabiliteit van het land, nu de economische groei blijft steken op 0,6 procent, de bezettingsgraad in de industrie daalt en de rentelasten op de staatsschuld toenemen.






















