Aan het einde van 2025 is de Belgische banenmotor tot stilstand gekomen. In het vierde kwartaal van dat jaar telde de arbeidsmarkt netto 2321 minder banen dan een jaar eerder. Dat blijkt uit de recentste cijfers van het Dynam-project, een initiatief van HIVA-KU Leuven en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), met ondersteuning van IWEPS, BISA/IBSA en het Departement WSE.
Deze omslag volgt op een langere periode van vertraging. In het vierde kwartaal van 2023-2024 groeide het aantal banen netto nog met 14.413, wat al een daling was tegenover de 26.687 van het jaar daarvoor.
Over het gehele jaar 2024-2025 zakte de jobcreatie met 5 procent, terwijl de jobdestructie met 3,2 procent toenam. Daarmee kwamen de jobcreatiegraad en de jobdestructiegraad beide uit op 4,7 procent. Op het coronajaar na is de jobcreatiegraad niet meer zo laag geweest sinds het begin van de metingen.
Druk op de aanwervingen en minder jobwissels
De terugval wordt hoofzdakelijk veroorzaakt door een daling van het aantal aanwervingen. De instroom van personeel nam af met 3,4 procent, terwijl de uitstroom met 1,2 procent daalde. Hierdoor zakte de instroomgraad van 18 naar 17,3 procent. De jobrotatie verminderde eveneens en kwam uit op 25,3 procent, een niveau dat vergelijkbaar is met de periode voor de coronacrisis.
Het krimpende aantal aanwervingen is vooral te wijten aan een afname van het aantal werknemers dat rechtstreeks van de ene baan naar de andere overstapt. Na een piek in 2021-2022 neemt deze dynamiek jaar na jaar af; in 2024-2025 daalde de instroom zonder jobwissel met 2,8 procent.
Bij de uitstroom bleef de algehele dynamiek relatief stabiel, al steeg het vertrek zonder jobwissel met 1 procent. Verder blijft ook de intredegraad van jongeren op de arbeidsmarkt dalen naar het laagste punt sinds de start van de metingen (exclusief het coronajaar), terwijl de uitstroom van oudere werknemers nagenoeg gelijk bleef.
Regionale verschillen in de drie gewesten
De daling van de arbeidsmarktdynamiek is voelbaar in alle drie de gewesten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was de enige regio met een negatieve netto-evolutie, met een verlies van 3.972 banen.
Dit verlies wordt grotendeels verklaard door de sluiting van Audi Brussel. In Vlaanderen kwam de aanmaak van nieuwe banen verder onder druk te staan, terwijl in Wallonië zowel de aanwervingen als het vertrek van werknemers terugvielen.
Sectorale krimp en de rol van flexi-jobs
In de meeste sectoren nam de instroom van werknemers af. De daling was het sterkst in het openbaar bestuur en defensie (-13%), uitgeverijen en omroep (-8%), het onderwijs (-7%), de ICT (-6%), de gezondheidszorg (-4%) en de industrie (-4%). In de industriële sector was er sprake van een uitgesproken krimp. De meeste dienstensectoren slaagden er daarentegen in om nog een voorzichtige nettogroei te boeken.
De dynamiek op de arbeidsmarkt werd in 2024-2025 nog gedeeltelijk ondersteund door flexi-jobs. Hoewel de aanwervingen en het vertrek binnen dit statuut de afgelopen jaren sterk zijn gestegen, lijkt ook die beweging af te nemen. De netto-aangroei van flexi-jobs blijft daardoor relatief stabiel.
Vooruitzichten voor het eerste kwartaal van 2026
Voor het einde van het eerste kwartaal van 2026 ramingen van de RSZ een lichte nettostijging van het aantal arbeidsplaatsen en het totale arbeidsvolume, voornamelijk getrokken door de commerciële en niet-commerciële dienstverlening. Desondanks wordt verwacht dat het effectieve aantal tewerkgestelde werknemers licht zal afnemen.























