De coalitiepartijen D66, VVD en CDA hebben een akkoord bereikt over het belastingplan voor volgend jaar en het herzien van de vermogensbelasting in box 3. De afspraken volgen op een uitgelekt en vernietigend advies van de Raad van State over de geplande hervorming van de vermogensheffing.
Waar minister Heinen van Financiën doelde op een invoering in 2028, adviseert het adviesorgaan om het overhaaste plan uit te stellen tot zeker 2030. De regering wil vooralsnog echter niet verder gaan dan één jaar uitstel.
Vernietigend advies over overhaaste herziening box 3
De Raad van State oordeelt hard over de snelheid waarmee het kabinet de nieuwe vermogenswinstbelasting wil invoeren. Volgens de adviseur ontbreekt het aan zorgvuldigheid, wat grote gevolgen heeft voor de Belastingdienst en de banken.
Uit een nog niet openbaar gemaakte uitvoeringstoets blijkt dat 2028 onhaalbaar is: er zijn ruim 250 extra ambtenaren nodig en banken hebben onvoldoende tijd om hun IT-systemen aan te passen voor het aanleveren van klantgegevens over vermogenswinst.
Het nieuwe systeem stapt af van het huidige fictieve rendement en belast spaargeld, woningen en beleggingen pas zodra winst daadwerkelijk wordt geïncasseerd of het bezit wordt verkocht. Hoewel de politiek dit breder draagt en de VVD aanstuurde op een snelle invoering, kost de overstap de overheid de eerste jaren miljarden euro's. Over de dekking daarvan bestaat nog altijd geen overeenstemming. De Raad van State keert zich niet tegen de inhoud van de hervorming, maar roept het kabinet op om de haast te laten varen en eerst met een gedegen wetsvoorstel te komen.
Kabinet kiest eigen koers zonder vast oppositieblok
Na urenlang overleg op het hoogste niveau besloot het minderheidskabinet om niet vooraf te bouwen op een vast akkoord met een van de oppositieblokken. Eerdere gesprekken met zowel links als rechts leverden geen doorbraak op.
Het linkse blok van Pro en Volt wilde dat beleggers meer belasting betalen en werkenden minder, wat voor de VVD onacceptabel was. Aan de rechterzijde eisten JA21, SGP en BBB het schrappen van de opvangdwang voor asielzoekers en aanpassingen op het gebied van stikstof en de liberale abortuspraktijk, eisen die voor D66 te ver gingen.
In plaats van een definitieve keuze te maken voor links of rechts, stuurt het kabinet na een ingelaste ministerraad een gewijzigd voorstel naar de Tweede Kamer. Daarin worden wel handreikingen gedaan, voornamelijk in de vorm van extra lastenverlichting voor burgers.
Premier Jetten kiest er bewust voor om het aan te laten komen op de dynamiek van het Kamerdebat, waar ook wijzigingsvoorstellen van oppositiepartijen overgenomen kunnen worden.
Optimisme over meerderheid ondanks risico's
Het betreden van het debat zonder gegarandeerde meerderheid brengt grote risico's met zich mee: verwerping van het belastingplan heeft ingrijpende financiële gevolgen voor zowel de schatkist als de burger.
Toch sprak premier Jetten zijn overtuiging uit dat het kabinet de Kamer over de streep kan trekken. Hij wees op constructieve gesprekken en de steun van kleine middenpartijen zoals ChristenUnie en 50Plus, die samen met de van de PVV afgesplitste Groep Markuszower voldoende zetels vertegenwoordigen om aan een meerderheid in de Tweede Kamer te komen.
Ook minister Heinen erkende dat het maken van een belastingplan als minderheidskabinet een taai proces vol risico's is. Hij benadrukte echter te blijven puzzelen tot de definitieve stemming en telkens nieuwe voorstellen te presenteren om het plan door de Eerste en Tweede Kamer te loodsen.





















