OORLOG IN GAZA
5 min lezen
Nederland schort asielprocedures Libanon op, maar helpt visumhouders uit Gaza
Door het escalerende conflict in het Midden-Oosten schort Nederland asielprocedures voor Libanon op. Tegelijkertijd kiest het kabinet voor actieve diplomatieke hulp aan studenten uit Gaza, wat binnen de coalitie tot politieke frictie leidt.
Nederland schort asielprocedures Libanon op, maar helpt visumhouders uit Gaza
Het ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt dat dit niet gezien moet worden als een volledige, door de staat gefinancierde evacuatie. / Reuters

Het Nederlandse migratie- en buitenlandbeleid staat in het teken van twee grote ontwikkelingen rondom de brandhaarden in het Midden-Oosten. Terwijl het ministerie van Asiel en Migratie de rem zet op procedures en uitzettingen naar Libanon, kiest het ministerie van Buitenlandse Zaken juist voor een actievere rol bij het assisteren van een groep visumhouders uit Gaza.

Per direct besluit- en vertrekmoratorium voor Libanon

Vanwege de snel escalerende en onvoorspelbare veiligheidssituatie in Libanon heeft minister van Asiel en Migratie, Bart van den Brink, per direct een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld. Dit schreef de minister in een brief aan de Tweede Kamer.

Dit beleidsinstrument wordt ingezet wanneer de situatie in een land van herkomst te onzeker is om asielaanvragen zorgvuldig te kunnen beoordelen. Concreet betekent dit dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) de komende periode geen beslissingen neemt over Libanese asielaanvragen.

Tegelijkertijd voert de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) geen gedwongen uitzettingen uit naar het land. Het moratorium geldt met name voor Libanezen en (staatloze) Palestijnen voor wie Libanon het gebruikelijke verblijfsland is.

Context van de escalatie

De maatregel volgt op de verslechterde situatie in Libanon, waar de strijd tussen Israël en Hezbollah de afgelopen weken verder is geëscaleerd. Ondanks een formeel staakt-het-vuren dringen Israëlische troepen dieper het land binnen en hebben zij onder meer het strategische Beaufort-kasteel ingenomen. Het conflict is inmiddels verstrengeld geraakt in een breder regionaal krachtenveld waarbij ook de Verenigde Staten en Iran betrokken zijn.

Duur, regels en uitzonderingen

  • Looptijd: Het moratorium geldt in eerste instantie voor zes maanden. Afhankelijk van de ontwikkelingen kan dit eenmalig met nog eens zes maanden worden verlengd of tussentijds worden ingetrokken. De maximale beslistermijn voor lopende procedures kan hierdoor worden opgerekt tot 21 maanden.

  • Uitzonderingen voor de veiligheid: De maatregel geldt niet onvoorwaardelijk. Om de openbare orde en veiligheid in Nederland te waarborgen, blijven oorlogsmisdadigers (vallen onder artikel 1F) en plegers van ernstige misdrijven uitgesloten.

  • Dublin-claimanten: Libanezen die al in een ander EU-land zijn geregistreerd of daar al bescherming genieten, vallen eveneens buiten het moratorium. Hun procedures lopen via de bestaande Europese regels gewoon door. De stop is bovendien niet van toepassing op aanvragen voor nareizende gezinsleden.

  • Historie en cijfers: In 2025 en de eerste maanden van 2026 (tot eind maart) hebben in totaal zo'n 100 mensen uit Libanon een eerste asielaanvraag ingediend. Tot mei vorig jaar gold er ook al een besluit- en vertrekstop; sindsdien zijn er door de DT&V geen gedwongen uitzettingen naar Libanon meer uitgevoerd.

Koerswijziging: Actieve diplomatieke steun voor studenten uit Gaza

Ondertussen is er op het ministerie van Buitenlandse Zaken sprake van een opvallende beleidswijziging. Nederland verleent momenteel actieve diplomatieke hulp aan een groep van 47 Palestijnen uit Gaza die in het bezit zijn van een geldig Nederlands studie- of werkvisum. De eerste twee studenten hebben de Gazastrook inmiddels per bus verlaten en zijn onderweg naar Nederland.

De studenten reizen mee met een groter Italiaans-Spaans konvooi. De reis is complex en voert door het bezette deel van Gaza, door Israël zelf en vervolgens naar Jordanië. Vanaf het Queen Alia-vliegveld in Amman vliegen de studenten naar Nederland. Omdat geen van deze etappes zelfstandig te nemen is, is er bij elke grensovergang fysiek een Nederlandse diplomaat aanwezig voor de coördinatie.

Van passief doorgeven naar actieve bijstand

Lange tijd stelde de Nederlandse overheid zich terughoudend op. Het standpunt was dat Nederland enkel de namen van visumhouders zou doorgeven aan de Israëlische autoriteit COGAT, maar zich niet verantwoordelijk voelde voor de feitelijke reisbegeleiding.

De ommekeer volgt na een juridische procedure. Hoewel de studenten een eerdere rechtszaak in Den Haag verloren, stelde de voorzieningenrechter in beroep vast dat Nederland wel degelijk het diplomatieke spoor bij Israël moet blijven bewandelen.

Gesterkt door deze uitspraak en aanhoudende maatschappelijke druk vanuit de ontvangende universiteiten, levert het ministerie nu de benodigde diplomatieke hulp op locatie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukt dat dit niet gezien moet worden als een volledige, door de staat gefinancierde evacuatie (zoals destijds voor gestrande Nederlanders); de betrokkenen betalen bijvoorbeeld zelf hun vliegtickets.

Politieke frictie binnen de coalitie

De actievere rol van minister Berendsen (CDA) van Buitenlandse Zaken legt direct een politieke breuklijn bloot binnen de coalitie:

  • Kritiek vanuit de VVD: Kamerlid Ulysse Ellian reageert hoogst verbaasd en kritisch. Hij stelt dat de mensen nu "feitelijk bijna worden opgehaald" en spreekt van een trucje waarmee de reguliere asielprocedure op een slimme manier wordt omzeild.

    De VVD is bang dat de studenten bij aankomst direct asiel zullen aanvragen om vervolgens via gezinshereniging familieleden naar Nederland te halen. Onder de huidige groep van 47 bevinden zich al 20 meereizende gezinsleden. Minister Berendsen erkende in de Kamer dat een latere asielaanvraag "niet kan worden uitgesloten."

  • Steun van CDA en D66: De overige reacties in de Tweede Kamer zijn juist positief. Het CDA benadrukt dat deze mensen heel lang hebben moeten wachten en nu eindelijk aan hun studie kunnen beginnen, vergelijkbaar met andere internationale studenten. D66 spreekt van "goed nieuws" en wijst erop dat buurlanden al langer studenten uit de Gazaanse regio weghelpen.

Volgens de Nederlandse universiteiten is de vrees voor massale asielaanvragen overigens niet terecht. De regels voor een studievisum verplichten studenten om gedurende de gehele periode zelf in hun huisvesting te voorzien.

Het starten van een langdurige asielprocedure zou betekenen dat zij hun zelfstandigheid, opgebouwde carrièreperspectief en eigen inkomen moeten opgeven. Mocht er in de toekomst toch een beroep worden gedaan op gezinshereniging, dan gelden daar volgens het ministerie strikte voorwaarden voor, zoals een vermogenstoets en een controle op de openbare orde.