De mensenrechtenorganisatie Hind Rajab Foundation (HRF) heeft op 20 juli 2026 een dringende strafklacht ingediend bij het Belgische Federale Parket tegen een lid van de Israëlische strijdkrachten.
De verdachte, die werd geïdentificeerd op het muziekfestival Tomorrowland in Boom, wordt beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven in de Gazastrook. HRF eist dat de Belgische autoriteiten onmiddellijk ingrijpen om te voorkomen dat de soldaat het land verlaat.
Rechtsgrond en dringende maatregelen
De aanwezigheid van de verdachte op Belgisch grondgebied biedt volgens de juridische belangenbehartiger de vereiste wettelijke basis voor rechtsmacht onder Artikel 14/10 van het Belgische Wetboek van Strafvordering.
Gegeven het acute risico dat de verdachte België verlaat, heeft HRF het Federale Parket verzocht om:
De zaak onverwijld over te dragen aan een onderzoeksrechter;
Alle nodige preventieve en opsporingsmaatregelen te nemen;
Te garanderen dat de verdachte beschikbaar blijft voor het Belgische gerecht.
Feitelijke basis en beschuldigingen
Volgens het door HRF verzamelde en geanalyseerde bewijsmateriaal diende de verdachte tussen oktober 2023 en november 2024 in een Israëlische militaire eenheid die werd ingezet in Gaza-Stad en Rafah.
De klacht richt zich in het bijzonder op de stelselmatige verwoesting van het Palestijns Plein en omliggende panden in de wijk Rimal (Gaza-Stad) in december 2023. Civiele infrastructuren — waaronder woonhuizen, commerciële panden, overheidsgebouwen en de Atfaluna Society for Deaf Children — werden op grote schaal vernietigd met behulp van pantservoertuigen, militaire bulldozers en gecontroleerde demolities.
HRF stelt dat deze handelingen strafbare feiten vormen onder Artikel 8 van het Statuut van Rome, waaronder:
Art. 8(2)(b)(ii): Het opzettelijk richten van aanvallen op burgerobjecten;
Art. 8(2)(a)(iv): De grootschalige, onrechtmatige en willekeurige vernietiging van goederen, niet gerechtvaardigd door militaire noodzaak;
Art. 8(2)(b)(v): Het aanvallen of beschieten van onverdedigde steden, dorpen, woningen of gebouwen die geen militair doel dienen.
Eerdere procedure tijdens Tomorrowland 2025
Dit is niet de eerste keer dat HRF juridische stappen onderneemt tegen vermoedelijke daders op het Belgische festival.
In juli 2025 diende HRF, in samenwerking met het Global Legal Action Network, eveneens een klacht in tegen twee Israëlische soldaten op het terrein in Boom. De Belgische federale politie hield beide individuen toen aan voor verhoor. Hoewel zij vervolgens werden vrijgelaten, droeg het Belgische Federale Parket de zaak op 29 juli 2025 formeel over aan het Internationaal Strafhof (ISH) via de procedure van Artikel 14/10.
"Iedere soldaat draagt individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor oorlogsmisdrijven, ongeacht rang of bevelen. Met deze klacht dagen we de cultuur van straffeloosheid uit. De aanwezigheid van een verdachte op Belgisch grondgebied creëert voor de autoriteiten zowel een kans als een plicht om op te treden," aldus Dyab Abou Jahjah, Directeur-Generaal van HRF.
"Het beginsel van aut dedere aut judicare — uitleveren of berechten — is geen politieke keuze, maar een bindende verplichting onder het internationaal recht. De drempel voor het openen van een strafrechtelijk onderzoek is behaald." Zo zegt Natacha Bracq, Hoofd Procederen bij HRF
Breder internationaal initiatief
De klacht in België maakt deel uit van een omvangrijkere internationale strategie van de Hind Rajab Foundation. Sinds 2024 heeft de organisatie meer dan 90 strafklachten en juridische dossiers ingediend in ruim 30 landen (waaronder Brazilië, Peru, Canada en Griekenland). Dit heeft in verschillende jurisdicties reeds geleid tot aanhoudingen, politieverhoren en formele strafonderzoeken.





















