De hechte maritieme samenwerking tussen België en Nederland staat onder grote spanning. Een ambitieus defensieproject dreigt vast te lopen nu de levering van nieuwe gevechtsschepen door de Nederlandse scheepsbouwer Damen jaren vertraging opliep en miljarden duurder is geworden. De Belgische defensieminister Theo Francken kijkt inmiddels openlijk naar alternatieven, wat kan leiden tot een breuk in het historische partnerschap.
Oplopende kosten en verstreken deadlines
Het dossier draait om de vervanging van de verouderde M-fregatten (Leopold 1 en Louise-Marie), die al sinds het eind van de jaren 80 in de vaart zijn. Binnen de samenwerking onder de vlag van BeNeSam besloten beide landen gezamenlijk nieuwe Anti-Submarine Warfare (ASW)-fregatten aan te schaffen. Nederland nam de leiding in het dossier en wees de Nederlandse scheepswerf Damen aan voor de bouw.
Inmiddels is de planning volledig ontspoord. Oorspronkelijk stonden de opleveringen gepland voor de periode 2027–2029, maar die deadline is verschoven naar ten vroegste 2033 of 2034. Bovendien is er volgens regeringsbronnen "nog geen stuk metaal gesneden". Ook financieel loopt het project uit de klauwen: de geschatte prijs per schip is gestegen van initieel 500 à 600 miljoen euro naar circa 1,3 miljard euro.
De vertragingen en kostenstijgingen worden voornamelijk veroorzaakt door continue ontwerpaanpassingen, waaronder strengere eisen voor operaties in Arctische omstandigheden en de snelle integratie van nieuwe wapen- en sensorsystemen.
"Dit is een probleem dat niet meer alleen met geld kan worden opgelost. De Nederlanders doen gewoon niet — of kunnen niet meer doen — wat ze ons wél beloofd hebben," aldus Frederik Vansina, Chef Defensie van België.
Belgische marine dreigt zonder schepen te vallen
Voor de Belgische marine zijn de rapen gaar. De huidige fregatten zijn aan het einde van hun levensduur; opknappen heeft volgens interne studies vanaf 2025 al weinig zin meer. Als er pas medio jaren 30 nieuwe schepen komen — en rekening houdend met een inwerktijd voor de bemanning van nog eens drie jaar — dreigt België tot wel een decennium zonder inzetbare gevechtsschepen te zitten.
Dit heeft grote operationele en organisatorische gevolgen:
Internationale verplichtingen: België kan niet langer bijdragen aan internationale missies en het beschermen van de vrije zeevaart, cruciaal voor een land met grote zeehavens zoals Antwerpen, Gent en Zeebrugge.
Personeelstekort: Zonder operationele schepen valt de opleidingscapaciteit stil, met de dreiging van een leegloop aan technisch en militair personeel tot gevolg.
Belgische blik op het buitenland
Om een totale uitval te voorkomen, heeft minister Francken aangekondigd contact te zoeken met scheepsbouwers in andere landen. Hij kijkt daarbij naar werven in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië en Türkiye.
Europese alternatieven: Landen als Frankrijk (met het FDI-fregat) en Italië (met de FREMM-klasse) bouwen grotere series van dezelfde klasse schepen. Dit kan financieel gunstiger zijn en meer zekerheid bieden op het vlak van levering en life cycle-kosten.
Turks aanbod: Türkiye zou een concreet voorstel hebben gedaan om sneller (mogelijk al vanaf 2027) en goedkoper drie fregatten te leveren voor de prijs van twee Nederlandse. Binnen de Belgische marine klinkt er echter terughoudendheid, omdat deze 'Middellandse Zee-fregatten' minder geschikt zouden zijn voor ruwe noordelijke waters.
In oktober 2026 wil de Belgische regering een definitieve knoop doorhakken over welke koers zij gaat varen.
Politieke 'chefsache' en uitdagingen voor Damen
Het dossier is inmiddels verheven tot een chefsache op het hoogste politieke niveau. Premier Bart De Wever overlegt hierover rechtstreeks met de Nederlandse premier Rob Jetten; een vervolggesprek staat gepland voor begin augustus. België hoopt in de onderhandelingen mogelijk korting, financiële compensatie of tijdelijke tussenoplossingen af te dwingen.
Voor scheepsbouwer Damen komt deze situatie op een uiterst ongelegen moment. Onlangs stapte de Duitse marine al uit een mega-order voor zes fregatten wegens vertragingen en oplopende kosten. Als België zich eveneens terugtrekt, hoeft dat financieel voor Damen overigens niet direct fataal te zijn: de Nederlandse marine zou de Belgische orders eventueel kunnen overnemen om haar eigen vloot verder uit te breiden.
Het ministerie van Defensie in Den Haag benadrukt dat de gesprekken met België en de leverancier nog steeds lopen en dat de inzet blijft gericht op een gezamenlijke verwerving.
Toekomst van het marinepartnerschap
Ondanks de spanningen blijven de Belgen terughoudend om de BeNeSam-samenwerking volledig overboord te gooien. Met gedeelde hoofdkwartieren, uniforme opleidingen en gezamenlijke aanschaffingen (zoals het nog lopende project voor nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen) zijn de korpsen nauw verweven. Een overstap naar een ander scheepstype zou praktische barrières opwerpen voor het samenwerken op zee.
Defensie-experts en marine-officieren wijzen daarnaast op de veranderende aard van de maritieme oorlogvoering: met de snelle opkomst van (onderwater)drones stelt zich de vraag of zware, extreem dure 'alleskunners' nog wel toekomstbestendig zijn. Mogelijk dwingt deze crisis de partners tot een herziening van de gehele maritieme strategie — al dan niet met extra internationale partners aan boord.




























