Uit onderzoek van Follow The Money en BN De Stem blijkt dat restanten van de glycerineproductie via tussenpersonen bij twee Belgische handelaren terechtkwamen. Eenmaal in Belgisch bezit werd het verspreid over velden bij Baarle-Nassau en verborgen onder afgebroken schuren. Mogelijk hebben ook Polen en Duitsland leveringen van de twee ontvangen.
Bij inspecties bleek het grondwaterpeil in bepaalde gebieden vergelijkbaar te zijn met zeewater. Het Openbaar Ministerie zou de activiteit als illegale storting beschouwen. De media melden dat het chemiebedrijf hierdoor jaarlijks ongeveer een miljoen euro bespaart.
De twee tussenpersonen staan nu onder verdenking; de ene heeft een eerdere veroordeling voor mestfraude, en op het land van de andere zijn eerder drugslaboratoria ontdekt. Het chemiebedrijf ontkent op de hoogte te zijn geweest van de levering van het zout als bodemverbeteraar en beweert de leveringen aan de betreffende klant te hebben stopgezet.
Het bedrijf zou weten van de storting
De Milieudienst Groningen stelt dat het chemiebedrijf de verwijderingskosten heeft gedragen en het zout als een product beschouwde, maar uit onderzoeksjournalistiek blijkt dat het bedrijf wist dat het op landbouwgrond werd gestort.
Deskundigen waarschuwen voor blijvende schade want een overschot aan zout zou schadelijk zijn voor gewassen, bodemorganismen en de bodemkwaliteit, wat tot blijvende gevolgen voor landbouwgrond kan leiden.
Afvalzout dat ontstaat bij de productie van glycerol bevat onzuiverheden waardoor het doorgaans ongeschikt is voor direct gebruik in de landbouw. Landbouworganisaties willen juridische stappen ondernemen vanwege de aantasting van deze essentiële bodem.























