WERELD
3 min lezen
CBS: Immigratie naar Nederland daalt voor 3de jaar op rij, vooral minder asiel- en kennismigranten
In 2025 kwamen er bijna 35.000 asielmigranten naar Nederland, ruim 4000 minder dan een jaar eerder. Hiermee vormden asielzoekers zo'n 11 procent van de totale immigratie in 2025.
CBS: Immigratie naar Nederland daalt voor 3de jaar op rij, vooral minder asiel- en kennismigranten
ARCHIEFFOTO - De politie voert een huiszoeking uit in een geïmproviseerd kamp van migranten die het Kanaal willen oversteken vanuit Duinkerken

De immigratie naar Nederland neemt al drie jaar achtereen af. In 2025 kwamen er in totaal 309.000 mensen naar ons land, wat er zo'n 8000 minder zijn dan in 2024. Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ligt de oorzaak van deze daling voornamelijk bij twee specifieke groepen: asielzoekers en kennismigranten van buiten de Europese Unie.

Hiermee zet een duidelijke trendbreuk door. Tussen 2006 en 2022 steeg het aantal immigranten bijna elk jaar, met een absolute piek in 2022 door de oorlog in Oekraïne. Sindsdien vlakt de instroom gestaag af.

Flinke daling in hoogopgeleide expats

Opvallend is de sterke afname van het aantal kennismigranten van buiten de EU. Hun aantal is sinds het piekjaar 2022 bijna gehalveerd: van 26.000 naar 14.000 in 2025.

  • Landen van herkomst: Vooral de komst van Indiase specialisten liep sterk terug. Ook uit landen als Türkiye, Rusland, China en Zuid-Afrika kwamen minder kennismigranten naar Nederland.

  • Overige arbeid: De overige (niet-kennismigranten) arbeidsmigratie van buiten de EU liet de afgelopen jaren juist een lichte stijging zien.

  • Gezinsmigratie: Omdat er minder kennismigranten kwamen, nam ook de daaraan gekoppelde gezinsmigratie af. In bredere zin blijft gezinsmigratie wel een grote post: in 2024 ging het om 68.000 mensen (ongeveer 20 procent van het totaal), van wie een derde meereisde met een arbeidsmigrant.

Minder asielinstroom, maar druk op opvang blijft hoog

In 2025 kwamen er bijna 35.000 asielmigranten naar Nederland, ruim 4000 minder dan een jaar eerder. Hiermee vormden asielzoekers zo'n 11 procent van de totale immigratie in 2025. Dit ligt iets boven het historische gemiddelde van de afgelopen 27 jaar, dat op 9 procent staat. Binnen de totale asielgroep valt op dat het aantal nareizigers (gezinsleden van statushouders) in 2025 juist steeg naar 16,5 duizend.

Hoewel de feitelijke instroom dus daalt, sprak premier Jetten in mei nog van een asielcrisis door overvolle opvanglocaties. De cijfers van het CBS verduidelijken de echte oorzaak van dit probleem: de crisis wordt niet veroorzaakt door een hogere instroom, maar door een haperende uitstroom.

Veel statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) blijven noodgedwongen op de opvanglocaties wonen omdat er door de woningnood geen reguliere huizen beschikbaar zijn. De Spreidingswet, die de opvang eerlijker over gemeenten moet verdelen zodat er geen noodopvang geopend hoeft te worden, levert in de praktijk nog te weinig op omdat de meeste gemeenten hun wettelijke targets niet halen.

De totale verdeling van immigranten (2025)

Als we uitzoomen en kijken naar de totale groep van 309.000 mensen die zich in 2025 in Nederland vestigden, wordt duidelijk dat de instroom grofweg in drie groepen uiteenvalt. Hoewel de politieke nadruk vaak op specifieke groepen ligt, blijft de bredere verdeling over de grenzen heen redelijk stabiel:

  • De helft komt van buiten Europa: Ongeveer 50 procent van alle nieuwkomers (152.100 mensen) migreerde vanuit een land buiten de EU of EFTA. Deze groep is divers: het bevat de eerder genoemde asielzoekers en kennismigranten, maar bijvoorbeeld ook ruim 28.000 vluchtelingen uit Oekraïne. Het aantal Oekraïners dat bescherming zocht in Nederland nam overigens met bijna 2000 af ten opzichte van het jaar ervoor.

  • Ruim een derde uit de EU: Zo'n 37 procent (113.700 mensen) verhuisde vanuit een andere EU-lidstaat of EFTA-land naar Nederland. Historisch gezien bestaat deze stroom voor het grootste deel uit reguliere arbeidsmigranten en internationale studenten. Studie blijft sowieso een belangrijke migratiereden; in 2024 was dit nog goed voor 12 procent van de totale instroom (38.000 studenten).

  • Terugkerende Nederlanders: De resterende 14 procent (42.800 mensen) heeft simpelweg de Nederlandse nationaliteit. Dit zijn burgers die na een periode van wonen, werken of studeren in het buitenland weer terugkeren naar hun thuisland.