Het handelstekort van de Europese Unie met China heeft een historisch kookpunt bereikt. Nieuwe cijfers van statistiekbureau Eurostat laten zien dat het gat inmiddels is opgelopen tot gemiddeld 1 miljard euro per dag.
Terwijl de Europese industrie alarm slaat omdat vitale sectoren onder druk staan, stijgt de diplomatieke spanning: China annuleerde recentelijk onaangekondigd topoverleg.
Recordtekort door auto's en chips
In de maand april alleen al groeide het verschil tussen de Europese import en export met China naar bijna 32 miljard euro. Europa voert massaal Chinese goederen in, met name elektrische en hybride auto’s, batterijen en industriële onderdelen zoals microchips.
Handelsexperts, waaronder Rafael Jimenez Buendía van het Mercator Institute for China Studies, waarschuwen dat data van de komende maanden dit tekort waarschijnlijk verder zullen zien oplopen, aangezien grote ladingen vrachtschepen momenteel nog onderweg zijn.
Brussel beschuldigt Peking ervan de eigen markt te overspoelen met zwaar gesubsidieerde producten, waardoor Europese bedrijven buitenspel worden gezet. Alexander Julius, president van de brancheorganisatie Eurometal, windt er geen doekjes om: "De Chinezen vernietigen de industriële ruggengraat van Europa. Als we volledig afhankelijk worden, bepaalt China straks de hoeveelheid en de prijs van onze onderdelen."
Ook de defensie-industrie loopt hierdoor gevaar. Critici waarschuwen inmiddels voor een 'China Shock 2.0', verwijzend naar de neergang van de Amerikaanse rust belt na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie.
Peking wijst met de vinger terug
China verwerpt de kritiek over oneerlijke staatsteun stellig en stelt "nooit doelbewust een handelsoverschot na te streven". Volgens het staatspersbureau Xinhua bestaat de helft van de export uit componenten die de productiekosten voor Europese fabrieken juist flink verlagen.
Peking beweert bovendien dat Europese multinationals zelf bijdragen aan de scheve balans door hun productie naar China te verplaatsen en de eindproducten vervolgens weer naar Europa te verschepen. Daarnaast verliest Europa terrein op de Chinese consumentenmarkt; waar een Europese auto voorheen een statussymbool was, kiest de Chinese consument nu massaal voor eigen merken.
Diplomatieke ijstijd en Europese verdeeldheid
Dat de relatie ernstig bekoeld is, blijkt uit het feit dat de Chinese overheid deze maand plotseling twee geplande bijeenkomsten op hoog niveau met de EU heeft gecanceld. Het schrappen van deze ontmoetingen – die over digitale kwesties en diplomatie zouden gaan – wordt gezien als een duidelijk signaal van onvrede vanuit Peking.
De Europese Unie reageerde intern lang verdeeld op de Chinese dreiging. Landen als Frankrijk en Italië pleiten al langer voor harde importtarieven, terwijl Duitsland (vrees voor represailles tegen automerken) en Hongarije (dat profiteert van Chinese batterijfabrieken) de boot afhielden.
Toch lijkt het tij te keren. De Duitse industrie noemde de concurrentie onlangs "catastrofaal" en ook de Belgische politicus Bart De Wever trok in een brief aan de Europese Commissie aan de alarmbel: "China verwoest onze industrie."
Harde maatregelen op tafel in Brussel
Achter de schermen bereidt Brussel zich voor op concrete tegenmaatregelen. In maart werd de Industrial Accelerator Act gepresenteerd, een wetsvoorstel dat het aandeel van de industrie in het Europese bbp moet opkrikken van 14,3 procent naar 20 procent.
Dit plan dwingt bedrijven onder meer om leveranciers binnen de EU te zoeken en verplicht Chinese bedrijven tot technologieoverdracht als zij zich in Europa willen vestigen. China noemt deze plannen "systematisch discriminerend" en dreigt met stappen naar de Wereldhandelsorganisatie.
Later deze week komen de regeringsleiders van de EU-lidstaten in Brussel samen voor een cruciale top van de Europese Raad. Hoewel "competitiviteit" formeel op de agenda staat, is dit volgens ingewijden codetaal voor de aanpak van China.
Er wordt nagedacht over quota op de import van Chinese chemicaliën en hybride auto's – die sinds de eerdere EV-tarieven in 2024 aan een enorme opmars bezig zijn. Directe invoertarieven lijken vanwege de politieke gevoeligheid vooralsnog het minst waarschijnlijke scenario.
In de aanloop naar de top probeert de Franse president Emmanuel Macron via een videoconferentie tussen de G7 en China de dialoog open te houden onder de noemer van "wereldwijde handelsonevenwichtigheden".
Een formulering waar De Wever onlangs laconiek op reageerde tijdens een bijeenkomst met denktanks: "We noemen het zo om China maar niet bij naam te hoeven noemen, want zelfs dat durven we blijkbaar niet meer."














