Een sterkere Europese defensie-industrie die in staat is om op grotere schaal en sneller militair materieel te produceren, is essentieel voor het handhaven van geloofwaardige afschrikking in een steeds gevaarlijker wordende veiligheidsomgeving, aldus Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, en Mark Rutte, secretaris-generaal van de NAVO, in een gezamenlijk opiniestuk dat zondag is gepubliceerd.
In een artikel in The Economist betoogden de twee leiders dat Europa een nieuw veiligheidstijdperk is binnengetreden waarin het niet langer kan vertrouwen op het uitbesteden van een groot deel van zijn defensie, maar in plaats daarvan zijn industriële capaciteit moet uitbreiden om aan de groeiende militaire behoeften te voldoen.
“In deze gevaarlijkere wereld is een sterkere Europese defensie-industrie die op grote schaal en snel kan produceren, cruciaal voor geloofwaardige afschrikking”, schreven zij, waarbij zij benadrukten dat de enige manier om dit doel te bereiken ligt in nauwere samenwerking tussen Europese landen, de industrie, bondgenoten en partners.
Toenemende innovatie
In het artikel staat dat Europese NAVO-bondgenoten en lidstaten van de Europese Unie hun defensie-uitgaven verhogen, nieuwe fabrieken openen en productielijnen uitbreiden, terwijl zowel traditionele defensiefabrikanten als nieuwe technologiebedrijven hun productie opvoeren.
Von der Leyen en Rutte wezen op de toenemende innovatie op gebieden als drones, onbemande grondvoertuigen en elektronische oorlogsvoering, en voegden eraan toe dat sommige civiele fabrikanten hun faciliteiten ook aanpassen om defensiegerelateerde onderdelen te produceren.
Ondanks de vooruitgang waarschuwden zij dat er nog steeds aanzienlijke tekorten bestaan, waaronder een gebrek aan gevechtsvliegtuigen, luchtverdedigings- en raketafweersystemen, drones, maritieme middelen en militaire voorraden.
Zij stelden dat de voortdurende militaire steun aan Oekraïne en de instabiliteit in het Midden-Oosten extra druk op de voorraden hebben gelegd, terwijl de huidige productiecapaciteit onvoldoende blijft om aan de vraag te voldoen.
Trans-Atlantische samenwerking
De twee leiders wezen ook op wat zij omschreven als de toenemende defensiesamenwerking tussen Rusland, China, Noord-Korea en Iran, waarbij zij aanvoerden dat Moskou zijn economie heeft omgeschakeld naar aanhoudende oorlogsproductie, terwijl de Chinese defensie-industrie en het nucleaire arsenaal van China blijven groeien.
Zij stelden dat Europa en Noord-Amerika beschikken over de economische kracht, technologische expertise en industriële capaciteit die nodig zijn om hierop te reageren, en riepen op tot een intensievere trans-Atlantische samenwerking om de defensieproductie en innovatie te versnellen.
“Het is onze gezamenlijke prioriteit om ervoor te zorgen dat de industriële basis in heel Europa en Noord-Amerika meer, beter en sneller presteert – want zo waarborgen wij onze veiligheid”, schreven zij.























