Bedrijven zullen geen compensatie krijgen voor economische schade door lage waterstanden
Het kabinet vergoedt bedrijven niet voor de financiële verliezen als gevolg van de extreem lage waterstanden. De afwijzing geldt onder meer voor de binnenvaart, pleziervaartuigen, tuinders en landbouwproducenten.
Bedrijven zullen geen compensatie krijgen voor economische schade door lage waterstanden
"Er is sprake van een feitelijk watertekort, maar het is nog geen crisis"

Tijdens een bezoek aan Nijmegen deed minister van Infrastructuur en Waterbeheer Vincent Karremans deze uitspraak tijdens een gesprek met ondernemers en een tocht op een meetboot op de Waal. Karremans beschouwt het watertekort niet als een natuurramp, maar vooral als een bedrijfsrisico. Hij stelt dat er weliswaar compensatieregelingen bestaan voor natuurrampen, zoals na de Limburgse overstromingen in 2021, maar dat deze momenteel niet van toepassing zijn.

Bovendien kan de overheid niets doen aan het uitblijven van regenval. De minister schat de totale economische schade momenteel op tientallen tot mogelijk honderden miljoenen euro’s.

Extra vertragingen

Het lage waterpeil belemmert de binnenvaart aanzienlijk. Schepen kunnen minder vracht vervoeren, bepaalde sluizen zijn gesloten en het Twentekanaal is niet bereikbaar. Bij Container Terminal Doesburg geeft operationeel manager Bennie Enzerink aan dat slechts 30 tot 35 procent van de laadcapaciteit wordt benut.

Er worden twee extra schepen ingezet om de dienstverlening aan klanten te kunnen blijven garanderen, maar niet alle vracht kan per vrachtwagen worden vervoerd. Bovendien ontstaan er extra vertragingen als gevolg van de feestdagen en de beperkte capaciteit in de transportsector.

Bovendien ontstaan er extra vertragingen als gevolg van de feestdagen en de beperkte capaciteit in de transportsector.

Kosten binnenkort zichtbaar voor consument

De IJssel zal naar verwachting een waterstand van 6,20 meter boven NAP bereiken en zou daarmee een recordlaagpeil kunnen bereiken. De scheepvaart zou dan gedeeltelijk in één richting komen te verlopen, waardoor alternatieve routes nodig zijn en de reistijd met twaalf tot veertien uur toeneemt.

Enzerink waarschuwt dat de kosten voor consumenten binnenkort zichtbaar kunnen worden en dat een snelle oplossing niet in zicht is.