Rusland zat ‘zeer waarschijnlijk’ achter een gecoördineerde dronecampagne boven Europa die gericht was op militaire, nucleaire en andere gevoelige locaties, zo meldde het International Institute for Strategic Studies (IISS) donderdag in een rapport.
Het rapport onderzocht 144 incidenten in meer dan een dozijn Europese landen tussen augustus 2024 en februari 2026, en concludeerde dat het Kremlin een langdurige verkenningsoperatie had uitgevoerd die zwakke plekken in de Europese luchtverdediging aan het licht bracht.
Reeks tactische successen
Onderzoekers meldden dat drones het luchtruim rond nucleaire faciliteiten in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België en Nederland binnendrongen, terwijl ze ook militaire operaties verstoorden en herhaaldelijke sluitingen van grote commerciële luchthavens afdwongen.
Het IISS stelde dat het “zeer waarschijnlijk” was dat de Russische inlichtingendienst de campagne had georkestreerd en dat het “waarschijnlijk” was dat schepen uit de zogenaamde schaduwvloot van Rusland werden ingezet als lanceer- en ophaalplatforms voor de drones.
Het rapport stelde dat de operatie “een reeks tactische successen voor het Kremlin en een strategische mislukking van de geallieerde luchtverdediging” vertegenwoordigde.
Verdediging tegen “relatief goedkope UAV’s”
In het rapport werd gesteld dat de bestaande Europese luchtverdedigingssystemen waren ontworpen om conventionele militaire dreigingen het hoofd te bieden, en niet om het hoofd te bieden aan “relatief goedkope UAV’s en ontkenbare invasies” die bedoeld zijn om onder de drempel van een collectieve NAVO-reactie te blijven.
De onderzoekers benadrukten echter dat ze niet beweerden dat elke gemelde dronewaarneming verband hield met Rusland.
“Ons standpunt is niet dat elke gemelde waarneming door Rusland werd aangestuurd, of dat bij elke gemelde waarneming sprake was van een UAV, maar dat het totale patroon van UAV-waarnemingen niet voldoende kan worden verklaard door verkeerde identificatie, hobbyactiviteiten of opportunistische intimidatie alleen”, aldus het rapport.
Geen continentbreed netwerk
Volgens het IISS was de campagne bedoeld om de reactietijden van de bondgenoten te testen, kwetsbaarheden rond kritieke infrastructuur in kaart te brengen, economische en psychologische kosten op te leggen door verstoring van het luchtverkeer, en herhaalde schendingen van het luchtruim te normaliseren zonder een bredere militaire reactie uit te lokken.
In het rapport staat dat Europese regeringen zich grotendeels hadden gericht op incidenten binnen hun eigen grenzen in plaats van een continentbreed patroon te identificeren, wat heeft bijgedragen aan vertragingen bij het toewijzen van verantwoordelijkheid.
Het IISS waarschuwde dat, hoewel initiatieven zoals het European Drone Defense Initiative bedoeld zijn om de capaciteiten voor de bestrijding van drones te versterken, de Europese reactie nog steeds wordt belemmerd door versnipperde wettelijke bevoegdheden, inconsistente detectiesystemen en trage toewijzingsprocessen.






















