Europa bevindt zich in een infrastructurele en politieke stroomversnelling op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI). Terwijl het in Nederland gevestigde cloudcomputingbedrijf Nebius de bouw van een van de grootste 'AI-fabrieken' van het continent aankondigt in Finland, pleiten de regeringsleiders van beide landen op het hoogste politieke niveau voor striktere internationale kaders.
Tijdens de 36ste NATO-top deden de Finse president Alexander Stubb en de Nederlandse premier Rob Jetten een gezamenlijke oproep voor de oprichting van een mondiaal of Europees centrum voor AI-governance.
Gigantische AI-fabriek in Lappeenranta
Het omvangrijke project van het Nederlandse Nebius wordt gerealiseerd in het Finse Lappeenranta. De faciliteit krijgt een totale energiecapaciteit van maar liefst 310 megawatt (MW). Volgens de schaalcriteria van het Internationaal Energieagentschap (IEA) staat dit vermogen gelijk aan de gecumuleerde capaciteit van ongeveer drie grootschalige hyperscale datacenters. De locatie is specifiek ontworpen om te voldoen aan de enorme vraag naar rekenkracht, data-opslag en geavanceerde infrastructuur die nodig is voor het trainen en operationeel houden van complexe AI-modellen.
Met het oog op duurzaamheid en het minimaliseren van de ecologische voetafdruk, wordt de faciliteit uitgerust met een gesloten vloeistofkoelsysteem. Deze technologie brengt het waterverbruik naar een minimum. Daarnaast wordt de restwarmte die de servers uitstoten opgevangen en overgedragen aan het lokale stadsverwarmingsnetwerk, waarmee omliggende woningen kunnen worden verwarmd.
Het project levert tijdens de bouwfase werkgelegenheid op voor zo'n 700 mensen. Zodra het datacenter in 2027 operationeel wordt, biedt het structureel plaats aan 100 permanente banen.
De Europese datacenter-race
De ambities van Nebius reiken echter verder dan Finland alleen. Het bedrijf streeft naar een totale wereldwijde capaciteit van minstens 2,5 gigawatt (GW) tegen het einde van 2026, en wil dit uitbouwen naar 3,3 GW in 2030. Onderdeel van deze expansiestrategie is een gepland project van 240 MW nabij de Noord-Franse stad Rijsel (Lille). Hiermee claimt het bedrijf een van de grootste doelgericht gebouwde AI-computernetwerken ter wereld in handen te krijgen.
Deze schaalvergroting weerspiegelt een bredere trend op het continent. Volgens gegevens van de European Data Centre Association stijgt de totale Europese datacenter-capaciteit exponentieel: van 10.539 MW in 2023 naar een verwachte 14.784 MW in 2025. Nebius is dan ook niet de enige speler die grootschalig investeert.
In het Zweedse Strängnäs ontwikkelt vermogensbeheerder Brookfield een project met een capaciteit tussen de 350 en 750 MW, terwijl internetprovider Start Campus in het Portugese Sines bouwt aan een gigantisch datacentercomplex dat tegen 2030 een vermogen van 1,2 GW moet leveren.
Politieke roep om regulering en governance
Tegen de achtergrond van deze goudkoorts rondom AI-infrastructuur groeit de noodzaak om de ethische en juridische kaders sluitend te maken. Die kwestie stond centraal tijdens het Defensie-industrie Forum op de 36e NATO-top in het ATO Congresium. Binnen het panel 'People, Plans, and Products: A Whole-of-Society Approach to Industrial Readiness' trokken de Finse en Nederlandse leiders gezamenlijk aan de bel.
De Finse president Alexander Stubb en de Nederlandse premier Rob Jetten benadrukten dat de technologische wedloop niet ten koste mag gaan van de privacy en veiligheid van burgers. Zij riepen op tot de oprichting van governance-centra binnen de EU of op mondiaal niveau.
Deze instanties moeten specifiek toezien op de regulering van AI-toepassingen en de strikte handhaving van de bescherming van persoonlijke gegevens. Volgens de regeringsleiders is een gecoördineerde, grensoverschrijdende aanpak de enige manier om de maatschappelijke impact van kunstmatige intelligentie beheersbaar te houden.























