De Belgische federale regering boekt nauwelijks vooruitgang in de gesprekken met het Franse energiebedrijf Engie over de overname van de Belgische kerncentrales. De onderhandelingen, die in april van start gingen, betreffen niet alleen de overname van het volledige nucleaire park, maar ook de verdeling van de miljardenfactuur voor de ontmanteling ervan.
Beide partijen hebben ingestemd met een deadline van 4 november om tot een vergelijk te komen. Omdat de dialoog echter moeizaam verloopt, heeft de overheid zich voorbereid op een alternatief scenario.
Wetteksten voor gedwongen nationalisatie
Indien de onderhandelingen voor het verstrijken van de deadline op niets uitlopen, beschikt premier Bart De Wever (N-VA) over een noodplan. Volgens berichtgeving van zakenkranten De Tijd en L'Echo liggen er reeds wetteksten klaar die de overheid de mogelijkheid geven om over te gaan tot een gedwongen nationalisatie via onteigening.
In dat geval zou de staat eenzijdig de berekeningsmethode vastleggen voor de vergoeding die aan Engie verschuldigd is, gebaseerd op wat de overheid zelf als billijk beschouwt.
Juridische gevolgen en ongeziene stap
Hoewel de Franse energiereus de mogelijkheid heeft om een dergelijk besluit juridisch aan te vechten, kan de regering in de tussentijd al wel verder werken aan de door haar gewenste verlenging van de kerncentrales. Een onteigening dreigt weliswaar te leiden tot een jarenlange juridische strijd met Engie.
Een dergelijke ingreep zou in België ongezien zijn. Een vergelijkbare overheidstussenkomst vond plaats in 2022, toen de Duitse overheid de Europese activiteiten van de Russische energiegigant Gazprom overnam na de inval in Oekraïne.





















