Door de strategische ligging aan de Noordzee en de aanwezigheid van zeehavens vervult Nederland binnen de NAVO een cruciale rol als doorvoerland voor troepen en zwaar materieel naar Oost-Europa. Uit het onderzoeksrapport Focus op militaire mobiliteit van de Algemene Rekenkamer blijkt echter dat de Nederlandse infrastructuur momenteel niet gereed is voor grootschalige militaire transporten in een oorlogssituatie.
Doordat viaducten en bruggen op veel plekken te laag, te smal of onvoldoende krachtig zijn, voldoet het wegen- en spoornetwerk niet aan de internationale eisen die in 2023 in EU-verband zijn vastgelegd. De vaarwegen zijn in deze analyse niet meegenomen.
Miljardentekorten dwingen tot scherpe politieke keuzes
Om de vertrouwelijke militaire corridors geschikt te maken voor voertuigen met uitzonderlijke afmetingen is volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat minimaal 9,5 miljard euro nodig. Hiervan is 5 miljard euro specifiek bestemd voor het voldoen aan de technische eisen van de NAVO.
Dit bedrag komt bovenop de reeds bestaande onderhoudsachterstanden aan het Nederlands wegennet en spoor. Waar de Rekenkamer een tekort van 37,4 miljard euro noemt bij Rijkswaterstaat en ProRail, schat het kabinet de totale onderhoudsopgave voor bruggen, wegen en spoor op 80 miljard euro, waarvan ruim 20 miljard euro tot 2038.
Volgens Barbara Joziasse van de Rekenkamer is het zorgelijk dat er de komende jaren onvoldoende middelen gereserveerd zijn. Politieke keuzes zijn onvermijdelijk, zeker omdat het kabinet 3,5 procent extra aan investeringen heeft begroot, terwijl op de NAVO-top in Den Haag twee jaar geleden een streefbedrag van 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) werd afgesproken (waarvan 1,5 procent bestemd mag worden voor gerelateerde veiligheidszaken zoals infrastructuur). Het benodigde geld zal daardoor grotendeels uit het Mobiliteitsfonds moeten komen.
Maatschappelijke impact en reactie van het kabinet
Momenteel kunnen militaire voertuigen doorgaans hun bestemming nog bereiken via omleidingen of op- en afritten, al werd in het verleden wegens overschrijding van het gewicht al eens een vervoersaanvraag van een bondgenoot afgewezen.
Mocht er echter een daadwerkelijke oorlogssituatie ontstaan, dan heeft de omvang van het defensietransport enorme gevolgen voor de samenleving. Het reguliere verkeer zal op grote schaal vastlopen of moeten omrijden. Op het spoor zorgt de verplaatsing van breed materieel bovendien voor problemen, doordat ook direct naastgelegen sporen buiten gebruik moeten worden gesteld.
Minister Vincent Karremans van Infrastructuur geeft in een reactie aan dat de inzet van het kabinet blijft om grootschalig militair transport in oorlogstijd zo efficiënt en ongehinderd mogelijk te laten verlopen. Hij maakt op korte termijn bekend welke bruggen en wegen prioriteit krijgen bij het onderhoud. Zodra er op Europees niveau meer helderheid is over de exacte kosten, zal de minister de Tweede Kamer hier verder over informeren.























