De stemming vond plaats tijdens een openbare bijeenkomst in de kathedraal van de heiligen Anna en Maria. Achttien leden van het kiescollege brachten hun stem uit: twaalf geestelijken en zes leken. Op de kandidatenlijst stonden twintig priesters, waaronder acht vrouwen. Na twee stemrondes behaalde Peijnenburg bij de tiende keer dat haar naam werd genoemd de vereiste meerderheid.
Deze werkwijze onderscheidt de Oud-Katholieke Kerk van de Rooms-Katholieke Kerk. In 1723 verzetten de oud-katholieken zich tegen de groeiende macht van de paus en behielden zij het recht om hun eigen bisschoppen te kiezen. Ook nu nog verloopt het besluitvormingsproces grotendeels in het openbaar, waarbij zowel geestelijken als leken gezamenlijk hun inbreng leveren.
De enige uitzonderingen hierop zijn de geheimhouding van de stemming en een beperkt aantal voorbereidende gesprekken.
Geen witte rook, maar witte bloemen
De kerk telt in Nederland ongeveer vijfduizend leden en hanteert een opvallend inclusieve aanpak. Sinds 1998 mogen mensen van beide geslachten priester worden.
Eind augustus koos het kiescollege van het bisdom Haarlem haar tot nieuwe bisschop. Daarvoor was Peijnenburg werkzaam als predikant in Alkmaar en Enkhuizen. Peijnenburg volgt dan ook Dick Schoon op, die eind juni aftrad om met pensioen te gaan, waardoor ze de negentiende bisschop van Haarlem is geworden.
Zondagmiddag om 14.30 uur nam Peijnenburg tijdens de kerkdienst voor het eerst plaats in haar bisschopsstoel. De bekendmaking werd niet gemarkeerd door witte rook, maar door witte bloemen op het altaar.























