WERELD
4 min lezen
Meer leefloners dan werklozen: federale hervorming verlegt druk naar OCMW's
Strengere regels doen het aantal werkloosheidsuitkeringen sterk dalen, maar brengen gemeenten in de problemen. Omdat ruim vier op de tien geschrapte werklozen overstappen op het leefloon, verschuift de financiële druk direct naar het OCMW.
Meer leefloners dan werklozen: federale hervorming verlegt druk naar OCMW's
ARCHIEFFOTO - Sinds januari hebben zo'n 133.000 personen hun werkloosheidsuitkering verloren.

Door het beleid van de regering-De Wever heeft zich een structurele kanteling voltrokken op de Belgische arbeidsmarkt. Voor het eerst doen er in het land meer mensen een beroep op een leefloon via het OCMW dan dat er volledig werklozen zijn die een werkloosheidsuitkering ontvangen.

Uit cijfers van de bevoegde overheidsdiensten en een analyse van De Standaard blijkt dat er in augustus van vorig jaar nog 304.000 volledig werklozen geregistreerd stonden tegenover 166.000 leefloonontvangers.

Een jaar later, in augustus van dit jaar, kelderde het aantal werklozen met een uitkering naar 185.500, terwijl het aantal leefloners al sinds april boven de grens van 200.000 ligt. De overheidsdienst Maatschappelijke Integratie verwacht dat dit verschijnsel permanent is en dat het aantal leefloonontvangers verder zal toenemen.

Gevolgen van de federale hervorming

De snelle daling van het aantal werkloosheidsuitkeringen is het gevolg van de verstrenging van de werkloosheidsregels. Een uitkering is voortaan beperkt tot maximaal twee jaar (of twaalf maanden, met een mogelijke verlenging van een jaar afhankelijk van het arbeidsverleden).

Sinds januari hebben zo'n 133.000 personen hun werkloosheidsuitkering verloren, wat een besparing van bijna 2 miljard euro op de federale begroting moet opleveren. Tegelijkertijd kwamen er bij de OCMW's ruim 57.000 leefloners bij.

Dat betekent dat landelijk 43 procent van de geschrapte werklozen is overgestapt op een leefloon. Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan de projectie van minister van Werk David Clarinval (MR), die uitging van een overstap van een derde.

De hervorming kreeg bovendien een juridische slag te verwerken: op 10 september vernietigde het Grondwettelijk Hof een deel van de overgangsregeling omdat deze als discriminerend werd beoordeeld voor een groep langdurig werklozen. Wel bleef de algemene beperking van de uitkeringsduur overeind.

Regionale en lokale schefgestelde impact

De cijfers tonen grote verschillen tussen de regio's. In Vlaanderen lijkt de voorspelling van de federale overheid grotendeels te klopen: van de circa 35.000 mensen die hun uitkering verloren, stroomde ongeveer een derde door naar het OCMW. In Brussel en Wallonië verloren bijna 100.000 mensen hun uitkering en maakt nagenoeg de helft de overstap.

In het Brussels Gewest ligt het aandeel overstappers het hoogst. Waar een studie van Actiris op basis van meicijfers nog sprak van 47 procent, gaven de Brusselse OCMW's aan dat dit cijfer eind juni al was opgelopen tot 53 procent. Verwacht wordt dat dit aandeel richting de 60 procent evolueert.

Binnen het gewest is de druk op de gemeenten ongelijk verdeeld. In de armste gemeenten is de impact het grootst: in Molenbeek wordt 5,5 procent van de bevolking tussen 18 en 64 jaar uitgesloten van de werkloosheid, gevolgd door Sint-Joost, Brussel-Stad, Anderlecht en Sint-Agatha-Berchem (waar relatief veel oudere langdurig werklozen wonen). Aan het andere uiterste staat Sint-Pieters-Woluwe met een uitsluitingspercentage van 2 procent, evenals gemeenten als Sint-Lambrechts-Woluwe, Oudergem en Etterbeek.

Financiële en organisatorische druk op de gemeenten

De massale instroom stelt de lokale besturen voor grote budgettaire en organisatorische uitdagingen. De federale overheid vergoedt de kosten voor bijkomende leeflonen dit jaar nog voor 100 procent, maar dat compensatiepercentage dalt volgend jaar naar 90 procent en in 2028 naar 80 procent.

Lokale OCMW-verantwoordelijken spreken van een verkapte herverdeling waarbij de federale overheid de lasten van de sociale zekerheid doorschuift naar de gemeenten zonder voldoende middelen te voorzien. Voor de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe betekent dit bijvoorbeeld volgend jaar een extra uitgavenpost van 1,5 miljoen euro op een gemeentedotatie van circa 17 miljoen euro.

Omdat OCMW's wettelijk verplicht zijn het leefloon uit te keren, dreigen gemeenten te moeten besparen op andere voorzieningen, zoals preventieve armoedebestrijding, schuldhulpverlening en energieadvies. Verder waarschuwen OCMW-voorzitters voor een stijging van zwart werk en criminaliteit onder uitgesloten personen die geen recht hebben op een leefloon.

Tot slot kampt de sector met krapte op de arbeidsmarkt. Het werven van voldoende sociaal assistenten verloopt moeizaam door loonverschillen met Wallonië en Vlaanderen, terwijl de hoge werkdruk en complexe dossiers in de steden leiden tot verhoogde ziekte-uitval en burn-outs onder het personeel.