Als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne heeft Nederland zijn afhankelijkheid van Russische energie aanzienlijk teruggedrongen, maar dit tekort is grotendeels opgevangen door de Verenigde Staten.
De verandering betreft voornamelijk olie en vloeibaar aardgas (LNG), zo word er meer Amerikaanse olie naar hier geleid en ook LNG wordt in grotere hoeveelheden per schip aangevoerd.
Vóór het conflict leverde Rusland een aanzienlijk deel van de energie, maar dat aandeel is sinds 2022 snel verdwenen. In Nederland is de afhankelijkheid van Russische energie gedaald van 21 procent in 2021 tot minder dan 3 procent in 2025.
Afname resulteert niet in onafhankelijkheid
Op Europees niveau geeft de Europese Commissie aan dat het aandeel van Russisch gas in de invoer is gedaald van 45 procent in 2021 naar 12 procent in 2025.
Ondanks deze afname blijft Nederland minder energieonafhankelijk: buitenlandse bronnen waren in 2025 goed voor 77 procent van het energieverbruik, wat hoger is dan het cijfer van ruim tien jaar eerder. Dit is deels te wijten aan de volledige stopzetting van de gaswinning in Groningen en aan het feit dat Nederland nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid energie moet importeren.
Zo blijft Noorwegen belangrijk voor pijpleidinggas, terwijl Kazachstan begonnen is met het leveren van een grotere hoeveelheid olie. Tegelijkertijd suggereert deze ontwikkeling dat de ene afhankelijkheid is vervangen door een andere, mogelijk


















